| Hoogstambrigade voor behoud waardevolle vruchtbomen |
Veel ouderwetse fruitrassen dreigen uit Friesland te verdwijnen. Sommige namen
klinken nog bekend, zoals de Goudreinette en de Gieser Wildeman. Andere zijn al
bijna uit het geheugen verdrongen. Wie kent nog de Juttepeer, de Notarisappel of
de Doeke Martens, een echte Friese appel met een eeuwenlange geschiedenis. Maar
met een ras verdwijnt meer dan een smakelijke vrucht.
Veel ouderwetse fruitrassen dreigen uit Friesland te verdwijnen. Sommige
namen klinken nog bekend, zoals de Goudreinette en de Gieser Wildeman. Andere
zijn al bijna uit het geheugen verdrongen. Wie kent nog de Juttepeer, de
Notarisappel of de Doeke Martens, een echte Friese appel met een eeuwenlange
geschiedenis. Maar met een ras verdwijnt meer dan een smakelijke vrucht. Met hun
grillige vorm en prachtige bloesems zijn hoogstamvruchtbomen natuur- en
cultuurhistorische monumenten in het Friese landschap. Bovendien zijn sommige
vogels, zoals de gekraagde roodstaart en de grauwe vliegenvanger, afhankelijk
van hun aanwezigheid. Daarom bindt de Hoogstambrigade, ondersteund door
Landschapsbeheer Friesland, de strijd aan tegen de teloorgang van waardevolle
vruchtenbomen.
Deze deskundige en enthousiaste vrijwilligers proberen door snoei en onderhoud bijzondere vruchtbomen voor het Friese landschap te behouden. In principe 'rukt' de brigade uit voor iedere vraag om hulp bij het onderhoud van hoogstamvruchtbomen. Of het nu om één boom gaat of een hele gaard, de vrijwilligers zorgen er tegen een beperkte onkostenvergoeding voor dat bomen deskundig worden gesnoeid zodat ze weer prachtig bloeien en goede oogst opbrengen.
Leeftijd is een belangrijk criterium voor het snoeien. Hoe ouder een boom,
hoe groter de kans dat hij grote landschappelijke of cultuurhistorische waarde
heeft, vertelt Auke Kleefstra, die een hoveniersbedrijf heeft dat meer dan
vijfhonderd appelrassen en zo'n twee- tot driehonderd perenrassen teelt en een
autoriteit op het gebied van de hoogstamvruchtbomen mag worden genoemd. Ook
kijkt de brigade naar de zeldzaamheid van het ras. "Mensen kunnen bij ons
vruchten inleveren, dan proberen wij het ras vast te stellen." Dat lukt in zo'n
tachtig procent van de gevallen. De resterende twintig procent is of van een ras
dat Kleefstra niet kent of van een niet-officieel ras. Dat laatste is
bijvoorbeeld het geval als mensen zelf een pit in de grond hebben gestopt.
"Het is net als bij mensen", legt de hovenier uit. "Een kind dat voortkomt
uit twee ouders, zal een combinatie van die ouders in zich hebben en is dus
anders dan die ouders afzonderlijk. Wil je een kind hebben dat identiek is aan
een van de ouders, dan moet je klonen. Zo zijn ook alleen bomen die voortkomen
uit enten of stekken van een bestaand ras exact hetzelfde als dat ras." Een boom
die uit een pit is gegroeid zou je dus een onwettig ras kunnen noemen.
En over officieel gesproken, natuurlijk kijkt de brigade ook of de
vruchtboom een waardevolle halfstam of zelfs een echte hoogstam is. Voor de
laatste categorie moet de onderste tak minimaal 1 meter 80 van de grond beginnen
en de boom moet groot uitgroeien. Tot begin twintigste eeuw hadden veel
boerenbedrijven een boomgaard met half- en hoogstamvruchtbomen. Door de opkomst
van de fruitteelt, die met laagstammen werkte, verdwenen veel van deze
boomgaarden. Het oogsten van de vruchten was arbeidsintensief en de opbrengst
relatief laag. Vele tienduizenden hoogstammen werden niet langer onderhouden en
vele sneuvelden helemaal. Bij Landschapsbeheer Friesland merken ze dat het tij
aan het begin van de 21ste eeuw gelukkig is gekeerd. De half- en
hoogstamvruchtboom worden weer gewaardeerd. En niet alleen vanwege de volle
smaak van de ouderwetse
fruitrassen.
Zelf leren snoeien?
In samenwerking met hoveniersbedrijf De Griene Hân in Aldeboarn organiseert Landschapsbeheer Friesland ook cursussen waarin u zelf kunt leren snoeien.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met
Landschapsbeheer Friesland, tel: 0512 - 383800.
|
ZOEKEN

Veel ouderwetse fruitrassen dreigen uit Friesland te verdwijnen. Sommige namen
klinken nog bekend, zoals de Goudreinette en de Gieser Wildeman. Andere zijn al
bijna uit het geheugen verdrongen. Wie kent nog de Juttepeer, de Notarisappel of
de Doeke Martens, een echte Friese appel met een eeuwenlange geschiedenis. Maar
met een ras verdwijnt meer dan een smakelijke vrucht.