|
De Centrale As komt er, dat is een gegeven. Naar verwachting is het ontwerp inrichtingsplan eind 2009 klaar, wordt eind 2010 gestart met de aanleg van de weg en zal het nieuwe traject van Dokkum tot Nijega in 2015 klaar zijn. Een ingrijpend besluit dat ook bij Landschapsbeheer Friesland de tongen heeft losgemaakt. Toch besloten de Stichting en Staatsbosbeheer deel te nemen aan het proces om – met in achtneming van het democratische besluit - het landschap zo goed mogelijk op de agenda te zetten. Hoewel de weg dwars door Nationaal Landschap de Noardlike Fryske Wâlden loopt, moet datzelfde landschap straks met een dikke plus worden achtergelaten.
Dat zegt Jan Boelen, bewoner van het gebied en lid van de Gebiedsontwikkelingscommissie (GOC) van De Centrale As. Met Gertie Papenburg is hij op voordracht van respectievelijk Landschapsbeheer Friesland en Staatsbosbeheer in de commissie afgevaardigd om zich sterk te maken voor natuur en landschap in het inrichtingsplan. Want, zo vinden beide bestuurders, de aanleg van De Centrale As mag dan een impuls opleveren voor het werk- en leefklimaat in het gebied, de bijna 7000 hectare aan weerszijden van de weg met 663 kilometer aan elzensingels mag zijn unieke identiteit niet verliezen.
Inrichtingsplan
Om zo'n groot gebied optimaal in te richten en te ontwikkelen is het in drie delen opgesplitst: Noord, Midden en Zuid. Vervolgens wordt voor elk gebied een inrichtingsplan opgesteld met aandacht voor thema's als landbouw, waterhuishouding, recreatie, natuur, cultuurhistorie en landschap. Op deze manier wil de provincie Fryslân voor een kwaliteitsimpuls zorgen over de hele breedte van het gebied. Door de integrale aanpak verwacht men efficiënte en effectieve oplossingen, die eventuele negatieve effecten van De Centrale As zo goed mogelijk opvangen of compenseren. Als de deelplannen door de Gebiedsontwikkelingscommissie zijn beoordeeld en ook de provincie het gehele plan goedkeurt, volgt de formele procedure van publicatie en vaststelling.
“Zo ver zijn we nog nietâ€, zegt Jan Boelen. Toch is hij positief over de samenwerking tot nu toe. “Gertie en ik vullen elkaar goed aan, we beschikken beide over de nodige ervaring met complexe landinrichtingstrajecten en hebben het gevoel dat er naar ons wordt geluisterd. Op de maandelijkse vergadering is landschap absoluut een volwassen onderwerp dat zowel door de vertegenwoordigers van de andere thema’s als de gemeenten en provincie serieus wordt genomen.â€
“Wijlen gedeputeerde Anita Andriesen heeft destijds gezegd dat het landschap met een plus moest worden achtergelaten, en daar staan wij voor aan de lat. Dat collega-organisaties als It Fryske Gea, Friese Milieu Federatie en Natuurmonumenten in dit geval een andere positie hebben gekozen, is niet onoverkomelijk. We verschillen duidelijk van mening, maar blijven elkaars partners op vele andere terreinen in de provincie. Zo hoort het ook.â€
Vertrouwen als basis
“Hoewel de belangen natuurlijk uiteenlopen, is iedereen in de GOC er zich van bewust dat het hier om een behoorlijke ingreep in het landschap gaat, een Nationaal Landschap bovendien. Dat is best spannend. Maar we zijn het er allemaal wel over eens dat we het gebied mooi moeten achterlaten. En dat de ingrepen en aanpassingen die we nu bedenken ook de tand des tijds kunnen doorstaan. Het contact met de boeren, in feite de beheerders van het landschap, vinden we belangrijk. Het beheer en onderhoud moet ook straks op een duurzame manier kunnen worden gedaan, met oog voor hun bedrijfsvoering. Door de al jaren goede samenwerking tussen Landschapsbeheer Friesland en de in dit gebied zeer actieve agrarische natuurverenigingen is er gelukkig over en weer het nodige vertrouwen. Daar ligt wat mij betreft de basis voor de huidige sfeer in de GOC; het vertrouwen dat iedereen streeft naar een win-winsituatie. Dat heb ik in het verleden wel anders meegemaaktâ€, aldus Jan Boelen.
Betrokkenheid Landschapsbeheer Friesland in beeld:
Landschapsbeheer Friesland is op verschillende momenten en op verschillende niveaus betrokken bij de De Centrale As: zowel in het voortraject en bij het opstellen van de landschapsvisie als bij de uitwerking van de plannen. Daar is de organisatie blij mee. Het past bij de strategie van de Stichting om bij integrale gebiedsontwikkelingen vooraan in het proces mee te denken en te doen. Op deze wijze kan Landschapsbeheer Friesland de kennis en ervaring inbrengen, die zij in de afgelopen 25 jaar opbouwde als kenner van het Friese landschap. In opdracht van Dienst Landelijk Gebied (procesbegeleider) en de provincie Fryslân (opdrachtgever) is Landschapsbeheer Friesland betrokken bij de volgende vijf onderdelen:
1. Gebiedsontwikkelingscommissie (GOC): Jan Boelen, bestuurslid van Landschapsbeheer Friesland, is lid van de Gebiedsontwikkelingscommissie (GOC) De Centrale As en maakt zich sterk voor natuur en landschap in het inrichtingsplan.Vanuit verschillende thema’s als landschap, landbouw, verkaveling, leefbaarheid, etc. werkt de GOC aan het inrichtingsplan.
2. Schetsschuiten: Landschapsbeheer Friesland maakte deel uit van het team dat meedeed met de schetsschuiten, een beproefde ontwerpmethodiek van DLG. Onder leiding van landschapsarchitecten zitten tal van deskundigen vanuit verschillende thema’s om tafel om met behulp van kaarten en ruwe schetsen tot een integrale gebiedsbenadering te komen. Deze ontwerpsessie van meerdere dagen eindigt steevast in een werkbaar concept dat gedurende de uitrol van de verdere gebiedsontwikkeling als rode draad blijft dienen. Centraal staan de inpassing van het tracé en de maximale gebiedsontwikkeling aan weerskanten van de weg.
3. Werkgroep Landschapsvisie: in opdracht van de GOC is een werkgroep in het leven geroepen die een Landschapsvisie opstelt. Deze landschapsvisie is de basis voor waar je met het landschap naar toe wil en hoe je dat wil bereiken en is nodig om deze component in het inrichtingsplan voor de verschillende deelgebieden goed te kunnen onderbouwen. Namens Landschapsbeheer Friesland heeft projectleider Foppe van der Meer zitting in deze werkgroep, die verder bestaat uit medewerkers van de provincie Fryslân, Dienst Landelijk Gebied, LTO Noord, agrarische natuurvereniging Noardlike Fryske Wâlden en de gemeenten Tytsjerksteradiel en Dantumadeel. Deze creatieve werkgroep is sinds augustus 2008 actief met het opstellen van een landschapsvisie. Een omvangrijke studie die half november jl. in een document van bijna 100 pagina’s aan de GOC is gepresenteerd. De uitgebreide analyse gaat per deelgebied in op de verschillen in het landschap en de daarbij passende aanpak. Ze geeft ook richting aan hoe er in de nieuwe situatie een plus op het landschap kan worden behaald.
4. Landschapsinventarisaties: Landschapsbeheer Friesland is actief betrokken bij 0-metingen in het gebied: het vaststellen van de situatie zoals die nu is. Hiervoor heeft de Stichting een eigen methodiek ontwikkeld die in het hele plangebied wordt uitgevoerd. Een gestandaardiseerde inventarisatiemethodiek, ook al eerder toegepast in diverse succesvolle landschapsprojecten in het nationale landschap. Deze methodiek biedt inzicht in hoeveelheden en kwaliteit. En is zo flexibel dat ze voor de opdrachtgever maatwerk oplevert en waar eenvoudig een uitvoerbaar onderhoudsplan uit af te leiden is. Het eindresultaat is een gedigitaliseerde transparante inventarisatie van waaruit belangrijke keuzen kunnen worden gemaakt.
5. Uitwerking inrichtingsplan: de resultaten van de landschapsinventarisatie worden op dit moment al gebruikt bij het opstellen van de landschapsvisie en gaat straks als basis dienen bij de uitvoering en realisatie van het onderdeel landschap in het inrichtingsplan. Binnen de gebiedsontwikkeling zal een zogenaamde wettelijke verkaveling worden toegepast waarbij alle belangen worden afgewogen inclusief landschap. In de uitwerking van het bij de verkaveling horende ruilplan is een directe koppeling gewenst met een landschapsplan voor de nieuw ontstane (bedrijfs)situaties. Hier ziet Landschapsbeheer Friesland een adviesrol voor zichzelf weggelegd en een ondersteunende taak bij het opstellen van de landschapsplannen. Door koppeling van grondruil aan landschapsplannen krijgt de integrale benadering een sterke impuls en wordt veel tijd, geld en commotie bespaard.
|