Menu
Vrienden van Landschapsbeheerfriesland
A+ A A-

Nieuws

Aan het werk voor de bij tijdens NL-Doet

combi g1 en g2 IMG 7700 kleinLandschapsbeheer Friesland organiseert samen met Cruydt-Hoeck in Friesland op 15 en 16 maart a.s. de tweede editie van de bijenwerkdag. In dit weekend kan iedereen zijn handen uit de mouwen steken voor de bestuivende insecten. Tijdens de bijenwerkdag willen we onder meer het aantal nestgelegenheden vergroten en de voedselvoorziening verbeteren. Heeft u ideeën om de leefomgeving van de wilde bij en andere insecten te verbeteren, hebt of weet u een geschikte locatie en wilt u anderen hierbij betrekken? Doe dan mee met de bijenwerkdag.

De eerste 20 locaties die zich aangemeld hebben en voldoen aan de voorwaarden, krijgen een tegoed van maximaal 300 euro om te besteden aan zaad- en plantmateriaal bij Cruydt-Hoeck en de Heliant vanuit het landelijke project Wilde Bijenlinie.

Het gaat niet goed met de bij!

Ze zorgen voor de kers op je taart en de aardbeien onder je slagroom. Wilde bijen zijn verantwoordelijk voor 80% van de bestuiving. Ze zijn daarom onmisbaar. Toch hebben wilde bijen het niet makkelijk in Nederland. De helft van alle 385 soorten wordt reeds bedreigd in hun voortbestaan. De grootste bedreiging waar de wilde bij mee te maken heeft, is gebrek aan voedsel en nestgelegenheid. Tijdens de bijenwerkdag gaan we aan de slag om hier wat aan te doen.

Aanmelden

U kunt zich als klusaanbieder aanmelden door uw bijenwerkdagklus aan te melden door dit aanmeldformulier in te vullen en te sturen naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. . Doe dit voor 31 januari a.s.. De eerste 20 aangemelde locaties, die aan de voorwaarden voldoen, krijgen een tegoed van maximaal €300,- te besteden bij Cruydt-Hoeck en de Heliant aan zaad- en plantmateriaal. Bovendien ondersteunen wij u met advies, promotie en gereedschap voor uw klus.

Daarnaast is het belangrijk dat u uw bijenwerkdagklus aanmeld bij de grote vrijwilligersactie NLdoet via www.nldoet.nl. Het Oranjefonds, de organisator van NLdoet, kan namelijk een maximale bijdrage van €400,- geven om uw klus te ondersteunen. Let wel op, het aanvragen van een financiële bijdrage is een extra stap en hiervoor moet uw organisatie wel ingeschreven staan als officiële stichting of vereniging bij de Kamer van Koophandel. Doe dit ook voor 31 januari a.s., maar het liefst zo snel mogelijk. Er is namelijk een beperkt budget beschikbaar. Het platform NLdoet wordt ook gebruikt als locatie waar vrijwilligers zich kunnen aanmelden voor uw klus. Wilt u in de titel ‘bijenwerkdag’ vermelden? Zo is voor iedereen duidelijk dat uw klus in het kader van de bijenwerkdag is.

Voorwaarden

Om mee te doen aan de bijenwerkdag gelden deze voorwaarden.

  • Er is toestemming van de eigenaar van de grond om op zijn/haar terrein tijdens de Bijenwerkdag/NL-Doet aan het werk te gaan voor de wilde bij. Hieronder vallen bijvoorbeeld de tuineigenaar, een gemeente of grondbezitter als It Fryske Gea.
  • Er moet goed worden nagedacht over de plek. Een plek moet bijvoorbeeld voldoende groot zijn en ecologisch gezien niet te geïsoleerd liggen.
  • Het moet gaan om een initiatief waar meerdere mensen bij betrokken zijn, bijvoorbeeld een werkgroep, groencommissie, buurt- of dorpsvereniging.
  • Er is goed nagedacht over het beheer van de locatie en deze is zoveel mogelijk gewaarborgd.
  • De werklocatie is in provincie Friesland.

Meedoen?

Hopelijk heeft u al zin om de handen uit de mouwen te steken op 15 en 16 maart! Meld u aan, voor 31 januari, door dit aanmeldformulier in te vullen en te mailen naar: Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken. .

Nationale Postcode Loterij

De bijenwerkdag 2019 wordt medemogelijk gemaakt door een financiële bijdrage van de Nationale Postcode Loterij. 

Deltaplan voor biodiversiteit in Nederland: samen natuurverlies ombuigen naar herstel

colletes halophilus - Schorzijdebij kleinEen brede maatschappelijke beweging presenteert vandaag haar aanpak voor natuurherstel in Nederland. De deelnemers zijn kennisinstituten, landbouwvertegenwoordigers, bedrijven, natuur- en milieuorganisaties en een bank. Zij laten zien dat we door betere samenwerking en het stimuleren en waarderen van grondgebruikers het biodiversiteitsverlies om kunnen buigen naar herstel. Deze partijen nodigen vandaag nadrukkelijk de rest van Nederland uit om aan te sluiten. Zodat Nederland een voorbeeld wordt van een dichtbevolkte delta waar we natuur en economische ontwikkeling verbinden en onze kwaliteit van leven - en die van toekomstige generaties – borgen.

Herstel van biodiversiteit is van belang voor een rijkere natuur én is ook de basis voor ons welzijn en onze welvaart. Ondanks jarenlange inspanningen van veel grondgebruikers wordt nog niet het gewenste resultaat bereikt. Daarom hebben de deelnemende partijen voor het eerst de handen ineengeslagen om samen te werken aan een concrete aanpak die wél het verschil gaat maken.

Natuur is overal

Natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte zijn van groot belang voor biodiversiteit in Nederland, want natuur kent geen scherpe grenzen. Kijk maar naar de insecten die gewassen bestuiven en de weidevogels en vlinders die zich zowel thuis voelen in natuurgebieden als in de wegbermen. Samen beslaan deze gebieden 90% van het Nederlandse oppervlak. Als alle grondgebruikers in een gebied gaan samenwerken zijn er meer kansen voor wilde planten en dieren. Bijvoorbeeld via een rijker bodemleven, een houtwal die natuurgebieden verbindt, een kruidenrijk grasland of een spoordijk vol bloemen. Zo kunnen bedreigde soorten zich herstellen en kan de natuur zich beter aanpassen aan klimaatverandering.

Onze aanpak

Kern van onze aanpak is dat iedereen grondgebruikers, zoals natuurbeheerders, boeren, overheden en particulieren, kan stimuleren en waarderen voor hun prestaties die bijdragen aan herstel van biodiversiteit. Door deze prestaties eenduidig meetbaar te maken, is stapeling van beloning mogelijk en zien we ook hoe deze prestaties optellen tot echte biodiversiteitswinst. Goede monitoring is hierbij onontbeerlijk en is ook onderdeel van de aanpak.

Doelen voor 2030

In het Deltaplan Biodiversiteitsherstel staan ambitieuze doelstellingen voor natuurgebieden, landbouwgebieden en de openbare ruimte:

  • Door het verbeteren van de aantrekkelijkheid van het landelijk gebied voor planten en dieren en gebiedsgerichte samenwerking zijn in 2030 natuurgebieden effectief met elkaar verbonden en kunnen ze optimaal worden beheerd
  • Door het stimuleren van nuttige insecten en een vruchtbare bodem, het creëren van gunstige leefomstandigheden voor wilde dieren en planten op boerenland en het regionaal sluiten van kringlopen krijgt biodiversiteit op boerenland meer ruimte.  Door de natuurvriendelijke inrichting van bermen, dijken, bedrijventerreinen en ander openbaar groen ontstaat een fijnmazig netwerk waar wilde dieren en planten kunnen floreren. Om deze doelen te realiseren, zijn vijf succesfactoren van belang:
    • draagvlak en gedeelde waarden;
    • het realiseren van nieuwe verdienmodellen;
    • stimulerende en coherente wet- en regelgeving;
    • nieuwe kennis en innovatie;
    • gebiedsgerichte samenwerking tussen alle grondgebruikers in een regio.

Doordat iedereen een positieve bijdrage kan leveren aan deze succesfactoren wordt het herstel van biodiversiteit een verantwoordelijkheid en zorg van ons allemaal.

Wat gaan wij doen?

De opstellers van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel presenteren vandaag hoe zij hier concreet aan gaan bijdragen.

Een paar voorbeelden:

  • Supermarkten en andere afnemers zullen werken aan een betere positie voor boeren die aantoonbaar bijdragen aan biodiversiteitsherstel: onder andere via certificering en keurmerken.
  • De Rabobank gaat boeren die bijdragen aan herstel belonen met een rentekorting op leningen.
  • Het Wereld Natuur Fonds, Stichting Veldleeuwerik en de Rabobank ontwikkelen een Biodiversiteitsmonitor voor de akkerbouw, naar het voorbeeld van de Biodiversiteitsmonitor die al in de melkveehouderij is ontwikkeld. Boeren die bijdragen aan biodiversiteitsherstel kunnen zo door verschillende partijen worden beloond.
  • In 2019 starten 25 beheereenheden van Natuurmonumenten met de uitvoering van een landbouwscan, waarin ze samen met boeren actief op zoek gaan naar initiatieven en kansen om de doelstellingen uit het Deltaplan in de praktijk te brengen.
  • Boeren kunnen bijdragen aan het beheer en onderhoud van openbaar groen en daarbij regionale kringlopen meer sluitend maken. LTO Nederland en BoerenNatuur zullen vanaf 2019 boeren hierin actief stimuleren en ondersteunen en roepen wegbeheerders op om daarover met (groepen van) ondernemers afspraken te maken.

Aansluiten nieuwe organisaties

Het is nu tijd voor de volgende stap. Het Deltaplan kon tot stand komen dankzij veel betrokken personen en organisaties. Om succesvol te kunnen zijn, hebben we meer partijen nodig die tot nu toe niet aan tafel zaten, zoals ministeries, provincies, waterschappen en gemeenten die voor nieuw beleid kunnen zorgen. Maar ook bedrijven, belangenorganisaties en particulieren kunnen hun steentje bijdragen.

“We zijn trots op de koers die we vandaag presenteren,” zegt Louise Vet, voorzitter van het voorbereidende Deltaplan-team. “Er is commitment, en we hebben scherpe tegenstellingen overbrugd. Nu is het moment voor nieuwe partijen om aan te sluiten: bij het definitieve plan voor daadwerkelijk herstel van de biodiversiteit zijn zij onmisbaar.”

Koploper Sebastiaan Kuipers

Sebas Jerus Marjolijn kleinJanna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

“In de prijs van gangbare producten worden de kosten voor gezondheid, het milieu en de maatschappij niet doorgerekend.”

Sebastiaan Kuipers (47) runt samen met zijn vrouw Ellen en 6 medewerkers de biologische supermarkt Ekoplaza in Heerenveen. Ekoplaza is een biologische supermarktketen, die in bijna alle Nederlandse steden te vinden is.

Sebastiaan:

“Het toegankelijke van dit concept sprak mij aan. Er heerst geen “geitenwollen sokken” sfeer: allerlei typen mensen lopen er gemakkelijk naar binnen. Van jonge gezinnen tot bewuste ouderen doen er hun boodschappen. Ook hebben we veel klandizie van topsporters schaatsers, turners etc.

Ongeveer acht jaar geleden maakten de natuurvoedingswinkels in Nederland een omslag van de donkergroene naar wat ik de lichtgroene hoek noem. Ik wou daar ook een bijdrage aan leveren. Inmiddels  ben ik alweer vijf jaar eigenaar van dit filiaal!

Koken

Ik kom uit een middenstandsgezin, dus de manier van leven die daarbij hoort, was me bekend. Mijn ouders waren altijd bewust met eten bezig en mijn moeder kookte lekker. Ze gebruikte zoveel mogelijk onbewerkte ingrediënten en het liefst producten uit de buurt. Kwaliteit en smaak stonden voorop en eten vormde bij ons nooit de sluitpost van het gezinsbudget. Ik vond koken ook leuk en interesseerde me al jong voor de verhalen die achter de maaltijden en hun ingrediënten schuil gingen.

Dertien jaar lang werkte ik in de buitendienst van een bedrijf dat in waterfilters deed. Zo kwam ik veel bij natuurvoedingswinkels en leerde ik hun gedachtegoed kennen. Ondertussen had ik mijn leaseauto, telefoon en een gemakkelijk leventje. Maar er knaagde iets. Ik wilde iets doen aan de vervuiling en de onrechtvaardigheid in de wereld.

Keurmerk

Onze winkel voert het EKO-keurmerk. Dat betekent dat het assortiment voor meer dan 90% biologisch gecertificeerd is en extra inspanningen op het gebied van verduurzaming aantoonbaar zijn. Ik sponsor geregeld maatschappelijke initiatieven ten behoeve van het milieu of de kwetsbaren in onze samenleving. Dat doe ik liever dan dat ik steeds met mijn kop in de krant sta.

Wij folderen bewust maar twee keer per jaar: de meeste folders belanden toch bij het oud papier. Daarbij heeft onze doelgroep meestal een nee-nee sticker op de brievenbus. Onze reclame gaat voornamelijk via sociale media en van mond tot mond. Daarbij willen we de meerwaarde van onze producten voor het voetlicht brengen.

Mijn hart gaat vooral uit naar groente en fruit. Dat zijn zulke mooie, eerlijke producten. Het is geweldig eigenaar te zijn, want ik kan zelf bepalen, waar ik in wil investeren en hoeveel. De relatie met mijn leveranciers vind ik heel belangrijk. Ik wil geen enkele boer uitknijpen!

Verbondenheid

De klant is ook op zoek naar verbondenheid. Ze vinden het bijvoorbeeld leuk om te horen waar onze eieren vandaan komen, wat voor leven de kippen hebben gehad en hoe je van de eieren iets bijzonders en gezonds kan maken. Op al die behoeften spelen wij in. Zo delen we recepten via sociale media, staan we op beurzen en festivals en nodigen we boeren uit om op speciale klantendagen hun verhaal te komen vertellen.

Ik denk dat het goed zou zijn als de hele landbouw biologisch werd. Dat is namelijk een duidelijke standaard, die bovendien goed wordt gecontroleerd. Binnen de biologische landbouw worden geen kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikt en dat is cruciaal voor planten en dieren.

Sinds 1982 zijn er 421 miljoen vogels minder in Europa dan in de jaren ervoor. Veel vogels eten insecten, maar in Nederland alleen zijn de aantallen insecten met tweederde afgenomen. Insecten zijn trouwens niet alleen belangrijk voor vogels en andere dieren. Ook wij mensen hebben ze hard nodig. Je kunt bijvoorbeeld driekwart van onze groente en fruit schrappen, wanneer er geen vliegende insecten meer zijn. Deze zijn voor hun bestuiving namelijk totaal afhankelijk van deze kleine beestjes.

Smaak

Het belangrijkste verkoopargumenten voor mijn producten vind ik echter smaak en gezondheid. Iedereen wil gezond zijn en er gaat niets boven een authentieke smaaksensatie. Daar word je blij van en je voelt dat het goed zit.

Veel critici vinden dat we duur zijn. Als je naar de werkelijke kosten van boodschappen in een gewone supermarkt kijkt, zijn we dat echter niet. In de prijs van gangbare producten worden de kosten voor gezondheid, het milieu en de maatschappij namelijk niet doorgerekend.

Verder moet je je afvragen waar je je geld eigenlijk aan besteed. Er is eens uitgerekend dat de inhoud van een zakje van Knorr of Maggi de producent ongeveer zeven cent kost. Zeventig procent van de inhoud van dat zakje bestaat uit zout en behoorlijk wat suiker. In de winkel wordt er voor datzelfde zakje rond de één euro dertig gevraagd. Is dat goedkoop?

Daarnaast werken wij niet met stuntaanbiedingen en schreeuwerige reclames. Je wordt dus niet verleid meer te kopen dan je nodig hebt.”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Koploper Diederik Sleurink

Diederik Sleurink Wylde Weide

Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

“Het romantische beeld van de man met stok die de hele dag met zijn schaapjes door bos en beemd struint, klopt niet meer.” 

De eerste schaapskudde in Friesland die voor landschapsbeheer werd ingezet, was van Diederik Sleurink (52), eigenaar van het bedrijf Wylde Weide. Inmiddels telt het bedrijf bijna 1500 schapen. Dat zijn zes kuddes, die in drie gemeenten (Meppel, Drachten en Leeuwarden) en bij het Fryske Gea hun werk doen. Het hoeden en verzorgen van de dieren kan hij al lang niet meer alleen en daarom heeft hij gemiddeld 4 fte aan personeel in dienst.

Diederik: “Ik voel me op en top schaapherder hoor, maar het romantische beeld van de man met stok die de hele dag met zijn schaapjes door bos en beemd struint, klopt niet meer. Ik ben ook boer én vooral ondernemer. Ik lever met Wylde Weide  een dienst aan gemeenten, natuurorganisaties en particuliere natuurbeheerders. Samen met de opdrachtgever bekijk ik de terreinen en bespreek ik de natuurdoelen. Daarna kom ik met een advies voor de begrazingsdruk en werkwijze.

Heide

Heide is een cultuurlandschap dat ooit door overbegrazing is ontstaan. Er is meer dan 2500 hectare heidegebied in Friesland, een fractie van wat er vroeger was. We willen deze laatste gebieden bewaren, omdat heide rijk is aan biodiversiteit. Je vindt er hagedissen, adders, slangen, sprinkhanen, libellen, vlinders en vogels, die zich juist daar thuis voelen Als je heide niet onderhoudt, zullen er steeds meer struiken en grassen in gaan groeien. Uiteindelijk wordt het bos.

Schapen kunnen dit op een natuurvriendelijke manier verhinderen. Gewoon door ze het gras en de boompjes op te laten vreten. Maar dan wel op de goede momenten en ook zo, dat je rekening houdt met broedvogels en de kwetsbare delen van de vegetatie.

Het mooie van zo’n schaapskudde, die van het ene natuurterrein naar het andere trekt, is dat de schapen van alles verspreiden. In hun vacht, onder de hoeven en in de mest nemen ze zaden van planten en insecten mee. De natuur is in Friesland heel versnipperd. Bij begrazing door schaapskuddes worden deze terreinen met elkaar verbonden.

Parasieten

Mijn kuddes lopen overigens niet alleen op de heides. Ook in stedelijke gebieden doen ze hun werk, door er de groene gebieden te onderhouden. In Drachten en Leeuwarden zijn prachtige stukjes stadsnatuur, waar we met onze kuddes bijdragen aan natuurlijke variatie en aan meer bloeiende planten tussen het gras.

Helaas krijgen schapen daar soms last van myiasis, dus zeg maar, van maden in de wol. Je hebt er namelijk veel hondendrollen en groene containers. Ideale broedplaatsen voor deze parasieten. We moeten daar wel preventief tegen behandelen, anders lijden onze dieren te veel en gaan ze er soms zelfs aan onderdoor.

Ik probeer zo weinig mogelijk antiparasitaire middelen te gebruiken, omdat deze ontzettend slecht zijn voor insecten en het bodemleven. De schapen poepen deze insecticiden immers weer uit en daardoor komen ze in de grond. Je moet voortdurend afwegingen maken tussen dierenwelzijn, milieu en bedrijfskosten.

Schapen kunnen ook last hebben van wormen. Die parasiet proberen we zoveel mogelijk onder controle te houden, door de lammetjes weerstand te laten opbouwen. Alleen als de infectiedruk hoog is, krijgen ze ter ondersteuning een behandeling met wormmiddelen. Onze volwassen schapen hebben, vergeleken de gewone boerderij schapen, overigens weinig last van wormen, omdat ze in natuurbegrazing vrijwel dagelijks op een schoon stuk gras of heide komen. Daardoor is de infectiedruk in de kuddes erg laag.

Biodiversiteit

Mijn missie is het vergroten van de biodiversiteit. Schaapskuddes zijn een beproefde methode om daaraan bij te dragen. In 2014 bleek dat nog eens goed uit een onderzoek waar provincie Fryslan aan meebetaalde, met bijna juichende conclusies. Daarom begrijp ik ook niet waarom de overheid deze vorm van natuurbeheer niet steviger omarmt en er niet voor een langere termijn op in wil zetten. Sinds ik begon, zijn er heel wat herders bijgekomen en wij moeten allemaal om dezelfde kortdurende contracten strijden. 

Het beroep van schaapherder is overigens prachtig om te doen. Ik ben boerenzoon, werkte jaren als landbouwjournalist en zag dat dit een goed bedrijfsconcept was. Dat is het nog steeds, daarvan ben ik overtuigd. Mijn eerste zorg is dat het goed genoeg draait om de rekeningen te betalen en vooral mijn personeel. Wat er overblijft is voor mij en mijn gezin. Gelukkig staan zij helemaal achter me. Voor aanvullend inkomen schrijf ik artikelen voor agrarische vakbladen. Zo blijf ik ook midden in het leven staan.

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Koploper Jitze Peenstra

Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

Koploper Jitze Peenstra “Als het gaat om de toekomst van de grutto, dan denk ik dat het tijd is voor duidelijke keuzes.”

Jitze Peenstra (35) woont samen met zijn vrouw Carolien en hun zoontje Wessel op boerderij De Nije Pleats aan het riviertje De Boarn nabij Aldeboarn. Ze houden er vleeskoeien op een natuurlijke manier: de Japanse  Wagyu. Een oud ras dat bekend staat om zijn bijzonder smakelijke vlees.

Jitze is daarnaast coördinator van gebiedscoöperatie It Lege Midden. De gebiedscoöperaties zijn in 2016 opgericht om agrarisch natuurbeheer efficiënter te organiseren. Jitze is daar vanaf het begin bij betrokken geweest.

Jitze: ”Het agrarisch natuur- en landschapsbeheer (ANLb) van de provincie, wordt door gebiedscoöperaties als de onze uitgevoerd. Ze worden ook wel De Collectieven genoemd. Eerst waren er allerlei losse agrarische natuurverenigingen. Om het beleid te stroomlijnen zijn deze samengevoegd. Om echt iets voor de natuur te kunnen doen, moet je namelijk zo groot mogelijke, aansluitende gebieden creëren en een pakket aan maatregelen bieden.

It Lege Midden bestaat uit vijf van deze verenigingen, waar voornamelijk boeren lid van zijn. Je moet land bezitten om aan te kunnen schuiven.

We denken wel na over de verbinding met de burger. Het is beslist waardevol om met burgers te sparren, maar om ze zeggenschap te geven over land dat eigendom van boeren is, is nog een brug te ver.

Overheidsgeld

Een belangrijke functie van een gebiedscoöperatie is het verdelen van overheidsgeld. Geld dat beschikbaar is, om bijvoorbeeld de weidevogel populatie te ondersteunen. Boeren ontvangen dat alleen als ze aan bepaalde normen voldoen. Bijvoorbeeld: als ze bepaalde aantallen vogels en nesten op hun land hebben en later maaien. Een onafhankelijke schouwcommissie controleert of iedereen zich aan de regels houdt.

We hebben nu een project met de vlinderstichting gedaan. Het blijkt dat als je bij de sloten gefaseerd maait, je meer vlinders krijgt. Insecten ontwikkelen zich in stadia en als je niet alles in één keer maait, maar stukje voor stukje, dan komen er gemiddeld veel meer tot wasdom. Ik vind de uitkomst van dit project bemoedigend: het is praktisch goed uitvoerbaar en als iedereen dat doet, kun je echt iets bereiken.

Vorig jaar zijn we begonnen met “Leefgebied Natte Dooradering”. Hiermee willen we het leven in en rondom sloten en poelen stimuleren. Boeren die hieraan meedoen, maaien niet voor 15 juni in de buurt van een sloot, rijden er ook geen mest uit en hekkelen niet ieder jaar een hele sloot leeg, maar laten de helft intact. Zo borg je de continuïteit van het leven in zo’n omgeving.

Schadevergoeding

Voor dit soort bijdragen aan de natuur kunnen boeren een vergoeding krijgen. Deze vergoedingen zijn eigenlijk schadevergoedingen, compensatie, omdat de voedingswaarde van gras bij natuurbeheer lager is dan zonder. Het is overigens geen aantrekkelijk verdienmodel, maar het geeft wel een bredere basis onder het bedrijf. De deelnemers zijn daarom meestal echt gemotiveerd om zich voor de natuur in te zetten.

Wat ik momenteel erg lastig vind, is het probleem van de predatie. Het is zo frustrerend als je je best doet voor de weidevogels en dat er dan zoveel worden opgegeten door roofdieren als vossen en steenmarters. Ik begrijp mensen die zeggen dat deze dieren ook recht van leven hebben, maar als je besluit geld in weidevogelbeheer te steken, moet je daar vervolgens ook voor gaan! We hadden dit jaar een vergunning om 15 steenmarters te doden. Er zijn 10 gevangen en gedood en dat heeft beslist effect gehad.

Toekomst

Als het gaat om de toekomst van de grutto, dan denk ik dat het tijd is voor duidelijke keuzes, anders verdwijnt hij. We hebben een aantal gebieden nodig, waarin het landschap open is en waar een hoger waterpeil kan worden ingesteld. In die gebieden is ook extensieve of biologische landbouw nodig. De overheid zou hierbij een rol kunnen spelen, door de financieringslast van deze boeren te beperken. Lange termijn afspraken van 25-30 jaar kunnen het, ook voor een volgende generatie, aantrekkelijk maken om door te gaan.

Mijn persoonlijke mening is, dat als we in gebieden, waar we echt voor de weidevogel kiezen, af zouden zien van kunstmest en bestrijdingsmiddelen, we echt stappen zouden kunnen maken.

Bodem

De bodem is het vergeten kindje van het weidevogelbeheer. Terwijl een gezonde bodem een goede basis is voor weidevogels én voor de kwaliteit van het gewas en gras. Er zijn inmiddels analysemethodes waarmee je de kwaliteit van je grond op een eenvoudige manier inzichtelijk kunt maken.

Iedereen heeft het tegenwoordig over de bodem en het bodemleven, maar als je bij een doorsnee boer aan de keukentafel zit, ontbreekt vaak de kennis wat hij daaraan zou kunnen doen. Behalve ruige mest gebruiken misschien. En bokashi of composteren. Maar ook voor  deze processen geldt: hoe doe je dat precies? Wanneer doe je het goed?

Ik zie hier een rol voor De Collectieven. Wij zouden boeren praktische handvatten kunnen bieden. En als je een beetje inventief bent, hoeft dat volgens mij ook niet duur te zijn.

Ik verwacht ook een positieve impuls voor de biodiversiteit wanneer vanaf 2020 de vergroeningseisen worden aangescherpt. Boeren krijgen nu een basispremie en een vergroeningspremie van de overheid. De verwachting is dat er aan de vergroeningspremie meer eisen zullen worden gesteld. Ik hoop vooral dat de weidevogels hiervan zullen profiteren!

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Koploper Rick Hoksbergen

Rik HoksbergenJanna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

“Kleine stapjes van de grote groep hebben meer effect, dan grote van een paar koplopers.”

Op de landelijke website van Alfa Accountants en adviseurs staat het volgende vermeld: “Alfa is geen duurzaamheidsactivist, maar begrijpt het algehele belang van het ontwikkelen van een duurzame economie.” Volgens Rick Hoksbergen (43), relatiemanager bij de vestiging Leeuwarden, betekent dat vooral, dat hij en zijn collega’s kiezen voor denken op de lange termijn.

Rick: “Binnen de financiële wereld is het van belang dat iemand de hypotheek over 30 jaar nog kan betalen. Bovendien willen we op een positieve manier aan de samenleving bijdragen. We proberen het goede voorbeeld te geven door energiezuinige auto’s te rijden, minder papier te gebruiken, duurzame projecten te steunen en energieneutrale panden te bouwen. 

Adviezen

We hebben veel agrariërs in ons klantenbestand en als we met hun de jaarrapportages of tussentijdse cijfers bespreken, stel ik zaken als vermindering van het gebruik van kunstmest, energie, gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica aan de orde. Daarbij ga ik wel altijd uit van financiële duurzaamheid. Een ondernemer moet er financieel mee vooruit kunnen.

Het belangrijkste is dat iemand zijn onderneming runt op een manier, die bij zijn persoonlijkheid past. Je ziet nogal vaak dat boeren naar de buren kijken en denken dat ze niet achter kunnen blijven. Het is heel belangrijk dat ze zich afvragen waar ze nu echt blij van worden. Als iemand van nature het manager type is, moet hij misschien meer koeien gaan melken, maar geniet een boer vooral van het contact met zijn dieren en de seizoenen, dan is dat waarschijnlijk juist niet verstandig.

Voldoening

Ik ervaar veel voldoening in mijn vak, als ik er achter kom wat iemand drijft en wanneer ik hem kan helpen daar gestalte aan te geven. Dan kom je dichtbij mensen en kun je echt iets van waarde aan hun leven toevoegen. Of de voerkosten dan 10 of 9 cent zijn, maakt me niet zoveel uit. Daarin ben ik veranderd. Dat zal wel door de leeftijd en door levenservaring komen: materiële waarden zijn minder belangrijk geworden.

Wat niet weg neemt dat mensen hun financiën als levensbepalend kunnen ervaren. Vaak helpt het de kop van iemands financiering af te halen. Dan ontstaat er ruimte om eventueel andere keuzes te maken.

Door het streven naar groei lopen sommige ondernemers zichzelf voorbij. Het is belangrijk goed over uitbreiding na te denken, want je kunt heel moeilijk terug. Wanneer een boer eenmaal financiering heeft gekregen voor een stal die gebouwd is op 300 koeien, zal een bank niet akkoord gaan met een veestapel van 100 koeien. Als een boer vervolgens die 300 koeien niet aan blijkt te kunnen, of er geen plezier in heeft, krijg je een situatie die psychisch én financieel niet duurzaam is.

Schaalvergroting

Ik verwacht dat de algemene schaalvergroting onder boerenbedrijven door zal gaan. Veel boeren hebben immers geen opvolger en iemand die niet uit een boerengezin komt, kan moeilijk een landbouwbedrijf beginnen. Dat kost gewoon te veel geld. Het gemiddelde bedrijf zal echter niet veel groter worden dan 500 koeien: daar leent ons kleinschalige landschap zich niet voor. In de varkens- en pluimvee branche zie je ook dat er een grens is bereikt.   

Grote bedrijven kunnen overigens best milieu- en diervriendelijk worden ingericht. Als adviseur vind ik het belangrijk het hier samen met de klant over te hebben. Vaak zijn er drempels die te maken hebben met gevoel.

Wanneer je bijvoorbeeld iets voorstelt, waar men weinig zicht op heeft, wordt er al gauw gedacht dat het wel ‘veel werk zal geven’ en ‘veel geld zal kosten’. Onbekend maakt onbemind. Ook is er sprake van trots. Trots op het bedrijf dat er zo mooi strak uitziet, tot in de puntjes onder controle is en al zoveel jaar top heeft gedraaid.

Nu de samenleving iets anders van agrariërs blijkt te verwachten, kan de drempel om een nieuw pad in te slaan hoog zijn.

Indicatoren

Het zou helpen betere indicatoren te ontwikkelen, als het gaat om dierenwelzijn en biodiversiteit. Wat dierenwelzijn betreft, gebruiken we nu bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijd van koeien op een bedrijf als meetinstrument. Door de nieuwe fosfaatwetgeving hebben veel boeren koeien weg moeten doen. Dit heeft tot gevolg dat de gemiddelde leeftijd van de veestapels is gedaald. Betekent dat nu dat het dierenwelzijn ook is gedaald?

Zo zijn er meer onduidelijkheden.

Voor de biodiversiteit kunnen we veel doen, zonder dat het veel invloed op de bedrijfsvoering heeft. Minder egaliseren bijvoorbeeld. En bloemenranden inzaaien langs slootkanten en dergelijke.

Ik denk vooral aan wat je breed kunt wegzetten. Kleine stapjes van de grote groep hebben meer effect, dan grote van een paar koplopers. Al heb je die laatsten natuurlijk wel nodig om anderen te inspireren.    

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Landschapsbeheer Friesland

logo2Commissieweg 15
9244 GB Beetsterzwaag
Tel. (0512) 38 38 00

Volg ons

Provinciale organisaties LandschappenNL
Selecteer je provincie op de kaart.