Menu
Vrienden van Landschapsbeheerfriesland
A+ A A-

Nieuws

Koploper Rick Hoksbergen

Rik HoksbergenJanna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

“Kleine stapjes van de grote groep hebben meer effect, dan grote van een paar koplopers.”

Op de landelijke website van Alfa Accountants en adviseurs staat het volgende vermeld: “Alfa is geen duurzaamheidsactivist, maar begrijpt het algehele belang van het ontwikkelen van een duurzame economie.” Volgens Rick Hoksbergen (43), relatiemanager bij de vestiging Leeuwarden, betekent dat vooral, dat hij en zijn collega’s kiezen voor denken op de lange termijn.

Rick: “Binnen de financiële wereld is het van belang dat iemand de hypotheek over 30 jaar nog kan betalen. Bovendien willen we op een positieve manier aan de samenleving bijdragen. We proberen het goede voorbeeld te geven door energiezuinige auto’s te rijden, minder papier te gebruiken, duurzame projecten te steunen en energieneutrale panden te bouwen. 

Adviezen

We hebben veel agrariërs in ons klantenbestand en als we met hun de jaarrapportages of tussentijdse cijfers bespreken, stel ik zaken als vermindering van het gebruik van kunstmest, energie, gewasbeschermingsmiddelen en antibiotica aan de orde. Daarbij ga ik wel altijd uit van financiële duurzaamheid. Een ondernemer moet er financieel mee vooruit kunnen.

Het belangrijkste is dat iemand zijn onderneming runt op een manier, die bij zijn persoonlijkheid past. Je ziet nogal vaak dat boeren naar de buren kijken en denken dat ze niet achter kunnen blijven. Het is heel belangrijk dat ze zich afvragen waar ze nu echt blij van worden. Als iemand van nature het manager type is, moet hij misschien meer koeien gaan melken, maar geniet een boer vooral van het contact met zijn dieren en de seizoenen, dan is dat waarschijnlijk juist niet verstandig.

Voldoening

Ik ervaar veel voldoening in mijn vak, als ik er achter kom wat iemand drijft en wanneer ik hem kan helpen daar gestalte aan te geven. Dan kom je dichtbij mensen en kun je echt iets van waarde aan hun leven toevoegen. Of de voerkosten dan 10 of 9 cent zijn, maakt me niet zoveel uit. Daarin ben ik veranderd. Dat zal wel door de leeftijd en door levenservaring komen: materiële waarden zijn minder belangrijk geworden.

Wat niet weg neemt dat mensen hun financiën als levensbepalend kunnen ervaren. Vaak helpt het de kop van iemands financiering af te halen. Dan ontstaat er ruimte om eventueel andere keuzes te maken.

Door het streven naar groei lopen sommige ondernemers zichzelf voorbij. Het is belangrijk goed over uitbreiding na te denken, want je kunt heel moeilijk terug. Wanneer een boer eenmaal financiering heeft gekregen voor een stal die gebouwd is op 300 koeien, zal een bank niet akkoord gaan met een veestapel van 100 koeien. Als een boer vervolgens die 300 koeien niet aan blijkt te kunnen, of er geen plezier in heeft, krijg je een situatie die psychisch én financieel niet duurzaam is.

Schaalvergroting

Ik verwacht dat de algemene schaalvergroting onder boerenbedrijven door zal gaan. Veel boeren hebben immers geen opvolger en iemand die niet uit een boerengezin komt, kan moeilijk een landbouwbedrijf beginnen. Dat kost gewoon te veel geld. Het gemiddelde bedrijf zal echter niet veel groter worden dan 500 koeien: daar leent ons kleinschalige landschap zich niet voor. In de varkens- en pluimvee branche zie je ook dat er een grens is bereikt.   

Grote bedrijven kunnen overigens best milieu- en diervriendelijk worden ingericht. Als adviseur vind ik het belangrijk het hier samen met de klant over te hebben. Vaak zijn er drempels die te maken hebben met gevoel.

Wanneer je bijvoorbeeld iets voorstelt, waar men weinig zicht op heeft, wordt er al gauw gedacht dat het wel ‘veel werk zal geven’ en ‘veel geld zal kosten’. Onbekend maakt onbemind. Ook is er sprake van trots. Trots op het bedrijf dat er zo mooi strak uitziet, tot in de puntjes onder controle is en al zoveel jaar top heeft gedraaid.

Nu de samenleving iets anders van agrariërs blijkt te verwachten, kan de drempel om een nieuw pad in te slaan hoog zijn.

Indicatoren

Het zou helpen betere indicatoren te ontwikkelen, als het gaat om dierenwelzijn en biodiversiteit. Wat dierenwelzijn betreft, gebruiken we nu bijvoorbeeld de gemiddelde leeftijd van koeien op een bedrijf als meetinstrument. Door de nieuwe fosfaatwetgeving hebben veel boeren koeien weg moeten doen. Dit heeft tot gevolg dat de gemiddelde leeftijd van de veestapels is gedaald. Betekent dat nu dat het dierenwelzijn ook is gedaald?

Zo zijn er meer onduidelijkheden.

Voor de biodiversiteit kunnen we veel doen, zonder dat het veel invloed op de bedrijfsvoering heeft. Minder egaliseren bijvoorbeeld. En bloemenranden inzaaien langs slootkanten en dergelijke.

Ik denk vooral aan wat je breed kunt wegzetten. Kleine stapjes van de grote groep hebben meer effect, dan grote van een paar koplopers. Al heb je die laatsten natuurlijk wel nodig om anderen te inspireren.    

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Presentatie en GroenLunch: De landschapsbiografie in de gemeentelijke omgevingsvisie

Landschapsbiografie Smallingerland Met de komst van het nieuwe omgevingsstelsel gaat er veel veranderen. Bestaande regels gaan op de schop en bijna elke overheid moet een integrale visie op de fysieke leefomgeving opstellen. Aan het opstellen van een omgevingsvisie zijn randvoorwaarden gesteld, maar deze zijn niet altijd concreet en de omgevingsvisie zelf is vormvrij. Dit is aan de ene kant erg flexibel, maar het levert ook vragen op. Want hoe maak je een goede integrale visie? En wanneer ga je aan de slag met de verplichte participatie?

Een gemeentelijke omgevingsvisie dient op hoofdlijnen de fysieke leefomgeving te beschrijven en de kwaliteiten hiervan te benoemen. Eén manier om hier een basis onder te leggen is het maken van een landschapsbiografie. Een landschapsbiografie kan de fysieke leefomgeving beschrijven voor de aspecten bodem en ondergrond (waaronder archeologie), ruimtelijke kwaliteit (waaronder cultuurhistorie en landschap) en een samenhangend beeld geven van de aanwezige kwaliteiten. Bij dit proces zijn er mogelijkheden om burgers en belangenorganisaties te betrekken en zo invulling te geven aan een deel van het participatieproces.

Spreker

Het ontbreken van concrete randvoorwaarden voor het in kaart brengen van omgevingskwaliteit zorgt voor de nodige verschillen tussen gemeentes. Oscar Borsen, afgestudeerd landschapshistoricus, werkt bij Landschapsbeheer Friesland. Zijn expertise ligt bij landschapshistorie en cultuurhistorisch erfgoed. Onlangs heeft hij meegewerkt aan de landschapsbiografie geschreven voor de gemeente Smallingerland.

In 60 minuten vertelt Oscar Borsen op maandag 19 november over de landschapsbiografie en de mogelijkheden voor het toepassen van een landschapsbiografie binnen het nieuwe omgevingsstelsel. Daarbij wordt ook een handreiking gegeven voor gemeentes die hier zelf mee aan de slag willen.

In verband met het aantal beschikbare plekken verzoeken wij u om zich hier aan te melden

Vanaf 11.45 uur kunt u gebruik maken van de vegetarische lunch. Om 12.00 uur begint de lezing. Einde van de bijeenkomst: 13.00 uur.​

Groenlunch

Koploper Martien Lankester

Martien LankesterJanna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

“Het stemt mij optimistisch dat de meerderheid van de boeren zich realiseert, dat we toe zijn aan een herbezinning, als het om onze landbouwgrond gaat.”

Martien Lankester (69) uit Iens werd 12 oktober 2018 benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. Hij ontving deze onderscheiding als waardering voor zijn levenslange inzet voor de biologische landbouw. Martien is bijvoorbeeld directeur van de Avalon Foundation. Een organisatie die in meer dan 30 landen projecten heeft ontwikkeld en uitgevoerd, op het gebied van duurzame en biologische landbouw. Daarnaast richtte hij Stichting Soune Groun (Gezonde Bodem) op. Deze stichting wil vooral biologische landbouw in eigen land promoten.

Martien vertelt:

“Eigenlijk begint het verhaal in Oost Afrika. Het waren de jaren zeventig en ik trok daar als student een tijdje liftend rond. Het toeval wilde, dat ik werd opgepikt door een Amerikaanse arts die daar met voeding bezig was. Zijn verhaal sloot aan bij mijn gedachte, dat de medische wereld eigenlijk te eenzijdig symptomatisch bezig is. Voorkomen is immers beter dan genezen.

Geïnspireerd keerde ik naar  Amsterdam terug en begon een biologisch restaurant. Naast mijn studie kon ik zo lekker met eten experimenteren. Zelf probeerde ik ook allerlei voeding uit en gaf workshops. Het was de hippietijd! Maar eigenlijk zijn mijn ideeën en voorkeuren nooit meer wezenlijk veranderd.

De boer

De boer kan de dokter van de toekomst zijn. Als we ons voedsel op een respectvolle manier verbouwen, komt dat ten goede aan de gezondheid van de aarde en uiteindelijk ook aan onze eigen gezondheid. Verder ervaar ik internationale contacten nog steeds als enorm inspirerend.

Inspiratie is belangrijk als je boeren wilt stimuleren naar een meer natuurinclusieve bedrijfsvoering om te schakelen. Daarnaast moet er kennis zijn, markt voor de nieuwe producten en hulp bij de omschakeling. Vooral dat laatste wordt nog wel eens vergeten, terwijl boeren voor grote uitdagingen staan. We zouden ze veel meer op een voetstuk moeten plaatsen en beslist meer voor hun producten moeten betalen.

Ik ben een groot voorstander van het doorrekenen van de werkelijke kosten die onze gangbare voedingswaren met zich meebrengen. Welke impact heeft die kilo half om half gehakt bijvoorbeeld op onze gezondheid, de biodiversiteit, bodem en klimaat?

Bodem

Drie jaar geleden verscheen er een rapport van de landbouwuniversiteit Wageningen over de grondkwaliteit in de Flevopolder. Deze blijkt achteruit te hollen. Net als met ons lichaam gaan we met de bodem te symptomatisch om. Als er een stofje mist, dienen we dat toe. Het liefst in grote hoeveelheden. Terwijl we beter het zelfherstellend vermogen van de bodem kunnen stimuleren.

Het stemt mij optimistisch dat de meerderheid van de boeren zich momenteel realiseert, dat we toe zijn aan een herbezinning, als het om onze landbouwgrond gaat. Het is letterlijk de bodem onder hun bedrijfsvoering en ze voelen op hun symbolische klompen aan, dat het anders moet. Al in 1990 richtte ik daarom Stichting Soune Groun op, om de biologische landbouw in Friesland te promoten. Maar toen leefde dit besef nog niet zoals nu.

Natuurinclusief

Alle landbouw zou natuurinclusief moeten zijn. We moeten natuurinclusief echter wel beter definiëren, anders wordt het een containerbegrip, net zoals duurzaam. Ik ben ervan overtuigd dat we met biologische landbouw de wereld kunnen voeden, mits we dat op de goede plekken doen. Daarom heb ik in 1991 Stichting Avalon Foundation opgericht. Om de biologische landbouw ook internationaal te stimuleren.

We gaan bij voorkeur in op verzoeken van lokale organisaties en onze hulp kan van alles behelzen: opleidingen, advies, voorbeeldbedrijven, enz. In het buitenland wordt landbouw meestal veel kleinschaliger bedreven dan bij ons. En meestal door vrouwen. Door de groene revolutie, waarin onze Westerse landbouwmethoden aan de rest van de wereld zijn opgedrongen, is veel van hun traditionele kennis verloren gegaan, of op de achtergrond geraakt. Vaak zijn ze al enorm geholpen met praktisch advies over basiszaken als compostgebruik en vruchtwisseling (niet te vaak hetzelfde gewas op dezelfde plek verbouwen).

Contacten

In Kroatië hebben we echter jarenlang aan een meer beleidsmatig project gewerkt. Dat land was tot de Europese Unie toegetreden en moest dus aan onze Europese wetgeving voldoen. We hebben er Natura 2000 geïmplementeerd, een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. De Wereldbank financierde dat.

In Bulgarije deden we weer iets heel anders. Daar was een prachtig natuurgebied, maar met noodlijdende boeren. Met geld van de Postcode Loterij hebben we daar geholpen een duurzaam bed & breakfast systeem op te zetten om boeren te helpen aan extra inkomsten.

Het mooiste van dit werk vind ik de contacten met al die verschillende mensen. Sommigen beschikken over ontzettend beperkte middelen en doen toch zo hun best.

Ik was bijvoorbeeld in Kyrgyzstan boeren aan het trainen met betrekking tot compost. Een groepje was druk in een bult compost aan het scheppen, die ze net op het land hadden gebracht. Toen ik vroeg wat ze aan het doen waren, bleek dat ze wormen zochten om terug te brengen naar hun composthoop. Ik had immers verteld dat die cruciaal zijn voor het composteringsproces. Ik moest ze geruststellen dat die er vanzelf wel weer in komen.

Prachtig toch?”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Koplopers Slager Henk Luinge

Koploper Henk LuingeJanna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.


“Ons hele slachthuis is zo ingericht dat de dieren zo weinig mogelijk stress ondervinden.”


Een slager die zichzelf dierenvriend noemt, dat is Henk Luinge, sinds vier jaar de eigenaar en directeur van Kroon Vlees te Groningen. De dieren die hij slacht komen voornamelijk van bedrijven uit de noordelijke provincies. Het bedrijf is SKAL gecertificeerd en daardoor kan hij ook biologisch vlees leveren.

Henk vertelt:
“Vroeger slachtte iedere slager zijn eigen dieren. Vanwege alle controle en administratieve rompslomp is die taak inmiddels grotendeels overgenomen door slachthuizen als de onze. De slagers benen het dier vervolgens uit en verkopen de onderdelen aan de consument. Het nadeel van de nieuwe constructie is, dat er soms grote afstanden met de dieren moet worden afgelegd. Wij willen dat zoveel mogelijk beperken en richten ons daarom op de lokale markt, zodat het een duurzaam product wordt.

Controle
De Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA) heeft hier een kantoortje en is op slachtdagen aanwezig om te controleren of alle papieren in orde zijn en toe te zien op het dierenwelzijn. Na deze inspectie dragen ze hun verantwoordelijkheid over aan een medewerker van KDS (Kwaliteitskeuring Dierlijke Sector). Zij keuren het hele slachtproces plus de karkassen en organen. Ons hele slachthuis is zo ingericht dat de dieren zo weinig mogelijk stress ondervinden. Ze worden in ruime, comfortabele stallen ondergebracht, krijgen te eten en te drinken en kunnen maar één kant op naar de slachthal. Bovendien gaat het personeel rustig en bekwaam met ze om. Rust is belangrijk voor het dier, maar ook voor het vlees. In vlees van een varken dat veel stress heeft gehad, zie je bijvoorbeeld bloedpuntjes. Een gestresst rund levert vlees op met een hoge pH. Daardoor wordt het vlees kleverig, donker van kleur en neemt het bijna geen kruiden op. Ook de houdbaarheid van het vlees loopt erdoor terug. Dat vlees wil je gewoon niet!

Rust
Kleine dingen kunnen een groot verschil maken. De veerijder die onze varkens ophaalt, strooit zaagsel in zijn vrachtwagen, zodat de vloer minder glad is. Ook heeft hij een minder steile laadklep, zodat de dieren rustiger naar buiten kunnen wandelen en is hij zelf heel kalm. We hebben gemerkt dat de kwaliteit van het vlees door al deze veranderingen beter is geworden. Kroon Vlees probeert zich te onderscheiden door op dit soort dingen te letten. Organisaties als Staatsbosbeheer en het Drents Landschap zijn daar gevoelig voor. De Konikpaarden uit het Lauwersmeergebied worden in koppels aangevoerd. Dat stelt ze gerust. We hebben onlangs de betonnen vloer ook opgeruwd, zodat de dieren minder snel uitglijden. Schotse Hooglanders uit Drenthe hoeven ook niet meer uren te reizen, voordat ze geslacht kunnen worden. Ze zijn hier zo, krijgen wat hooi en als ze tot rust gekomen zijn, worden ze naar de slacht geleid.

Vergrootglas
Slachthuizen liggen momenteel onder een vergrootglas, doordat her en der misstanden zijn gesignaleerd. Een belangrijk punt is dat dieren meteen helemaal dood moeten zijn, om niet onnodig te hoeven te lijden. Varkens worden elektrisch bedwelmd. Dat wil zeggen dat ze door middel van een apparaat een stroomstoot op hun kop krijgen toegediend. Voor de zekerheid daarna ook nog in de hartstreek. Ze zijn dan hersendood. Bij een varken met veel stress is de bedwelming soms iets minder effectief en ook daarom is het belangrijk dat de dieren rustig zijn. Na de bedwelming wordt het dier opgetakeld en gestoken, zodat het kan verbloeden. Als het leeggebloed is, wordt het varken verder verwerkt. Koeien en paarden worden bedwelmd met een schietmasker. Daarmee zijn ze meteen dood. Het is zo’n diervriendelijke methode dat paardenliefhebbers hun paard hier soms brengen om geëuthanaseerd te worden, in plaats van dat ze de hulp van een veearts inroepen.

Hoofdprijs
We verwerken veel biologisch vlees. De meeste bio boeren willen lokaal en verantwoord slachten. Ze zijn uit overtuiging bio geworden en willen dat het laatste traject van een dier ook goed verloopt. De Westerse consument eet steeds minder vlees, maar als hij vlees eet, moet het van goede kwaliteit zijn. Verder spreekt het volgens mij boekdelen dat in de hele branche personeel een moeilijk punt is, terwijl wij geen problemen hebben om goede
mensen te vinden. Ik ga niet voor een topwinst, maar sluit me aan bij het gedachtegoed van de oude eigenaar Rieks Kroon. De familie Kroon ging al sinds 1870 voor continuïteit en kwaliteit. De heer Rieks Kroon vroeg dan ook niet de hoofdprijs bij de overname. Hij wilde vooral dat het bedrijf bleef bestaan, zijn goede naam hoog zou worden gehouden en dat de medewerkers hun zekerheden niet kwijt zouden raken. Uitbreiding zit er niet in, maar dat vind ik niet erg: het draait bij ons om kwaliteit. Daar kun je ook in groeien.”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Koploper Friederike Liebmann

Friederike Liebmann Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

Nu wil hij niet meer anders. Vanwege het idee, maar óók vanwege het comfort.”

Verstopt achter de kerk van het dorpje Peins, runt Friederike Liebmann (52) haar (web)winkel in ecokleding onder de naam Pure Matters. Ze is gespecialiseerd in wol en heeft van alles in huis: fijn gebreide vestjes, warme truien, vrolijke mutsen, sjaals, rokken, enz.

Friederike:

“Veel mensen zien wol als een natuurproduct. Maar helaas kan er een erg vervuilende industrie achter zitten. Daarin speelt dierenwelzijn nauwelijks een rol. Als je bij goedkope winkelketens een trui van merino wol koopt, is de kans groot dat deze wol van schapen uit Australië afkomstig is. Ze worden er in enorme kuddes gehouden en mulesing is er nog de gangbare praktijk.

Mulesing houdt in dat de huid rond het achterwerk van een schaap wordt weggesneden. Dit is een methode, om een voor schapen vaak dodelijke infectie, door vliegen te voorkomen. Door hun diepe huidplooien, die voordelig zijn voor een grote wolproductie en waarop deze schapen gefokt worden, zijn merino schapen in Australië en Nieuwzeeland gevoelig voor deze infecties. Mulesing is een extreem pijnlijke behandeling, die vaak onverdoofd wordt uitgevoerd.

Fijner werk

De merinowollen producten die ik verkoop zijn allemaal biologisch. De wol is afkomstig van een biologische veehouderij uit Zuid Amerika en de schapen lopen er op grote hoogte, in de vrije natuur. Ze worden goed behandeld en hebben een bijzonder zachte vacht. De dieren worden ook niet preventief met gifstoffen en medicijnen behandeld (in Australië worden de kuddes vaak door een ‘pesticide bad’ gedreven) en de wol is daardoor vrij van schadelijke stoffen.

Het zou natuurlijk ideaal zijn, als we alleen maar wol van Europese schapen zouden kunnen gebruiken, maar helaas leveren deze meestal een veel ruigere soort. Goed voor sokken, dekbedden of viltstoffen, maar ongeschikt voor het fijnere werk.

Duitsland

Alle merken in mijn winkel hebben het strenge IVN Naturtextil of GOTS keurmerk voor hun merinowol producten. Dat betekent dat de hele keten, van begin tot eind, transparant is. Bovendien wordt de kleding in één en dezelfde streek in Zuid Duitsland geconfectioneerd, gebreid en genaaid.

Deze streek heet de Schwäbische Alb en het toeval wil nu, dat ik daar ben opgegroeid! Ik kwam er achter dat het dé regio voor gebreide textielwaren in Duitsland is. 

Veertien jaar geleden had ik een mutsje nodig voor mijn toen tweejarige dochter. Ik was in de Schwäbische Alb op vakantie en ontdekte dat daar een keur aan biologische kleding wordt geproduceerd. Vol bewondering maakte ik kennis met al die mooie stoffen en kleuren. Thuisgekomen bleek dat mijn vriendinnen ook enthousiast waren, dus ik begon koffers vol spullen naar Nederland te importeren. Zo is het begonnen.

Klandizie

In Peins en omgeving verkoop ik niet het meeste. De gedachte dat wol duur is en kriebelt overheerst. Mijn klandizie komt vooral uit de grotere steden en inmiddels ook uit België.

Vorige week belde een mevrouw, die zeven jaar geleden een wollen fleecevest had gekocht. Ze had het veel gedragen en wilde nu een nieuwe. Jarenlang heeft ze plezier gehad van dit ene vest en daardoor was ze Pure Matters niet vergeten. Dit soort dingen overkomt me vaak.

Ik merk dat de aandacht voor duurzame kleding groeit. Dat is positief, maar hierdoor stijgt de concurrentie ook. Toch ga ik niet mee in de strijd om nieuwe markten. Ik ben me alleen maar meer gaan concentreren op de wereld van kwaliteit, duurzaamheid en de tevreden klant.

Comfort

Soms overweeg ik te stoppen met de kledingverkoop: dan wil ik niet meer deel uitmaken van de commercie, die ons alsmaar meer wil laten consumeren. Toch ga ik voorlopig door, omdat ik hoop bij te dragen aan de bewustzijns- en de smaakontwikkeling van de consument en haar waardering van kwaliteit. Dit heeft een lange adem nodig.

Een bijkomend voordeel van de producten die ik verkoop, is dat ze zo lang meegaan. Je hoeft niet telkens iets nieuws aan te schaffen. Misschien is dit slecht voor mijn omzet, maar het is beslist beter voor de aarde!

Laatst had ik een klant voor een fleecevest. Hij was gewend aan die goedkope, synthetische exemplaren. Maar het idee dat bij iedere wasbeurt microplastic deeltjes in het milieu terecht komen, was hem zo tegen gaan staan, dat hij besloot in een eerlijk natuurproduct te investeren. Nu wil hij niet meer anders. Vanwege het idee, maar óók vanwege het comfort.

Hier word ik blij van: dat ik eraan kan bijdragen, dat mensen een bewustere keuze kunnen maken!”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Koploper Marcia de Graaff

Marcia de Graaff “Als je een pak melk koopt, koop je ook een stukje landschap.”

Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

Marcia de Graaff (35) wil het allemaal anders doen. Je zou haar een eco hippie kunnen noemen, wars van materialisme en met als hoogste ideaal: leven in harmonie met de natuur. Ze woont in een kleine caravan op het terrein van een boerderij nabij Workum. Met haar eenvrouwsbedrijf IERDE Ideeën en Produksjes probeert ze, ook professioneel, een bijdrage te leveren aan een betere wereld.

Marcia:

“Ik probeer mensen bij de natuur en het landschap te betrekken door speciale evenementen en projecten te organiseren. Veel mensen zijn de relatie met hun omgeving kwijt en hebben een aanleiding of steuntje nodig, om die verbinding te herstellen. Met mijn projecten laat ik zien hoe mooi de natuur is, hoe kwetsbaar en wat je er zelf voor zou kunnen betekenen. Culturele diversiteit en biodiversiteit hebben met elkaar te maken: verscheidenheid is voor mij rijkdom. Daarom hecht ik er ook aan Fries te spreken, terwijl dat niet mijn moedertaal is.

Momenteel ben ik creatief projectleider van Cultureel Paspoort Koningsdiep/de Boarn, in opdracht van de Friese Milieufederatie. Kinderen van de basisschoolklassen groep zeven en acht krijgen een paspoort, met bestemmingen in het landschap rondom de rivier Koningsdiep en de Boarn. Als ze die plaatsen bezoeken, wordt er gestempeld en leren ze de cultuurhistorie van het landschap daar kennen. Erg leuk om te doen en ik steek er zelf ook wat van op: bijvoorbeeld hoe sterk grondsoort de cultuur van een plek beïnvloedt. Daar was ik me nooit zo van bewust.

Medicijn

Ik heb altijd een sterk gevoel van rechtvaardigheid gehad en een grote liefde voor de natuur. Ook het verlangen naar puurheid en ‘oer’ speelde altijd een rol in mijn leven. Deze gevoelens werden nog sterker na een ziekteperiode. Ik was ziek, maar doordat ik de verkeerde medicijnen toegediend kreeg, werd ik uiteindelijk veel zieker. Dit heeft een enorme impact gehad op mijn lijf én mijn denken.

Ik werd boos op de farmaceutische industrie. Ze doen ook dingen goed, maar door hun commerciële drive veroorzaken ze daarnaast veel ellende. Overal zijn tegenwoordig pilletjes voor en soms lijkt het alsof je niet ziek mag zijn. Terwijl dat bij het leven hoort. Ik wilde echter niet in boosheid blijven hangen en besloot te laten zien, dat het ook anders kan. Ik geloof bijvoorbeeld in voeding als medicijn en eet zo veel mogelijk gezonde, biologische producten.

Maar hoe wordt voeding verbouwd? Om een gedegen antwoord te krijgen op die vraag en om zelf meer verbinding te maken met het landschap, ben ik me in de landbouw gaan verdiepen. Ik werk op een biologisch bedrijf en doe de biologische landbouw opleiding Warmonderhof in deeltijd. 

Milieudiscussie

Ik vind dat de milieudiscussie in Friesland te veel over boeren gaat. Iedereen is ook consument en kan als zodanig voor het land zorgen. Als je een pak melk koopt, koop je ook een stukje landschap. Hoe wil jij dat dat landschap er uitziet?

Voor ik hier kwam wonen, had ik nog nooit van de grutto gehoord.

‘Wat is dat?’ vroeg ik de boer waarvoor ik werkte.

‘Luister, het is die vogel die zijn eigen naam roept,’ antwoordde hij.

Ik vond het toen raar dat een grutto geen Fries spreekt.

Inmiddels heb ik veel geleerd over dit symbool van de teloorgang van het weidelandschap. En door die kennis ben ik van het dier gaan houden. Zo is het met alles: door kennis ontstaat verbinding.

Doordat ik met culturele projecten bezig wilde, kwam ik in aanraking met Culturele Hoofdstad en daardoor weer met Kening fan ‘e Greide; de beweging die zich inzet voor de toekomst van het weidelandschap. Ik bezoek hun bijeenkomsten en heb er vrienden gemaakt. Toch vind ik het jammer, dat ik er zo weinig mensen van mijn eigen leeftijd tegenkom. Dat zal wel te maken hebben met het feit, dat wij ons ‘de gouden tijd van de weidevogels’ niet herinneren. En die bijeenkomsten zijn toch vaak vieringen van nostalgie.

Verlangen

Mijn verlangen is niet een verlangen naar vroeger, maar naar wildernis. Ik ben me ervan bewust dat dat ook niet realistisch is, gezien ons cultuurlandschap. Toch is het mijn drijfveer, én die van sommige leeftijdsgenoten, denk ik. De film Into the Wild verbeeldt dat gevoel heel mooi.

Overigens ben ik wel in onze cultuurhistorie geïnteresseerd. Vooral de tijd van de kleinschalige, gemengde landbouwbedrijfjes boeit me. Ik denk dat men toen harmonieuzer met de natuur omging.

Aan de andere kant word ik steeds meer geconfronteerd met het feit dat landbouw altijd inbreuk maakt op de natuur. Je wilt als boer de natuur per definitie manipuleren. Dat vind ik moeilijk. Toch denk ik dat mijn toekomst in de landbouw ligt. Al blijft het een zoektocht hoe en leer ik iedere dag.

Ondertussen geniet ik van al het moois om me heen. Neem nu de Workumerwaard. Van een afstand lijkt het een saaie vlakte, maar als je er bent, hoor en zie je zoveel leven! En heb je de pompoenen op onze boerderij al gezien? Wat zijn dat prachtige planten!”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Landschapsbeheer Friesland

logo2Commissieweg 15
9244 GB Beetsterzwaag
Tel. (0512) 38 38 00

Volg ons

Provinciale organisaties LandschappenNL
Selecteer je provincie op de kaart.