Menu
Vrienden van Landschapsbeheerfriesland
A+ A A-

Nieuws

Levend Erfgoed Fair

Levend Erfgoed Fair klein Foto door stichting Zeldzame HuisdierenEen unieke dag voor jong en oud: kom en ontmoet, ons Fries levend erfgoed!

De Fries-Hollands koe, het Frysk Molkskiep, en de Sint Jans rogge verbouwd op de Friese zandgronden…  Fryslân is heel rijk in het aantal boerderijdieren, maar ook in granen, bonen, appels en noten die hun oorsprong vinden in de provincie. Sommige van deze rassen kennen een eeuwenoude geschiedenis, maar zijn hedendaags erg zeldzaam geworden.  Je ziet ze bijna nooit. Daarom is 27 oktober een bijzondere dag, want op dit evenement kan iedereen kennis maken met het échte oer-Friese levend erfgoed tijdens het Levend Erfgoed Fair in manege Gaasterland te Harich.

Dieren en gewassen uit de Friese cultuurhistorie zijn steeds meer en meer op de achtergrond geraakt. Van ’t Frysk Molkskiep, dat stamt uit de 12e eeuw, waren er in het jaar 2000 bijvoorbeeld maar 2000 dieren en het Fries Roodbonte telden in 2017 nog maar 485 vrouwelijke fokdieren. Zonde om dit levend erfgoed in de vergetelheid te doen raken. Daarom kan iedereen tijdens de Levend Erfgoed Fair kennis maken met deze bijzondere rassen en gewassen. Landschapsbeheer Friesland, Stichting Zeldzame Huisdierrassen en het Werkverband Friese Rassen organiseren dit jaar voor de eerste keer deze fair tijdens de Gaasterlandse Natuurweek.

Op 27 oktober kan iedereen al die oorspronkelijke Friese rassen en gewassen bewonderen op manege Gaasterland in Harich. Daar kunt u de dieren ontmoeten en oude, vergeten gewassen (her)ontdekken.

Op de manege staan diverse rassen en gewassen tentoongesteld. Er worden diverse shows, demonstraties, wedstrijden, proeverijen en kinderactiviteiten georganiseerd. Op deze dag laten de Friese rassen en gewassen zien wat ze waard zijn!

Iedereen is 27 oktober van harte welkom op manege Gaasterland; Wyldemerkwei 1, 8571GC Harich.

De Levend Erfgoed Fair duurt van 10:00 tot 16:00. De toegang en het parkeren zijn gratis.

BELEEF DE NACHTELIJKE NATUUR!

Gerrit Tuinstra van Landschapsbeheer Friesland bekijkt nachtvlindersVeel mensen genieten van de natuur! In hun eigen omgeving of verder van huis. Maar de meeste mensen doen dit alleen overdag, terwijl er ook ’s nachts veel te beleven is in de natuur. Zo zijn er ontzettend veel diersoorten die in het donker, actief zijn – en juist niet overdag! Twee mooie voorbeelden daarvan zijn de nachtvlinders en de vleermuizen. Dat juist deze twee groepen ’s nachts actief zijn, heeft alles met elkaar te maken. Nachtvlinders staan hoog op het menu van de vleermuizen!

De meeste nachtvlinders worden pas in de schemering actief. Ze warmen hun lichaam op door hun vleugels snel op en neer te bewegen. Ze kunnen immers niet – zoals dagvlinders – opwarmen door zonnestralen! Als de spieren warm genoeg zijn vliegen ze op en gaan ze op zoek naar nectar of andere voedselbronnen, of een partner.

Maar juist in de schemering worden ook de vleermuizen actief! Veel mensen zien wel eens een vleermuis vliegen, in hun tuin, straat of langs een bosrand. Vleermuizen oriënteren zich door middel van het uitzenden van hoog frequente geluiden. Deze weerkaatsen op voorwerpen in het landschap, maar ook op hun prooien, vaak nachtvlinders. De vleugels van de in de vlucht gevangen vlinders worden door de vleermuis afgebeten en dwarrelen naar beneden. Het nachtvlinderlijf wordt verorberd!

In Nederland zijn ongeveer 20 verschillende soorten vleermuizen waargenomen. Soorten die algemeen voorkomen zijn de heel kleine gewone- en ruige dwergvleermuis en de veel grotere laatvlieger en rosse vleermuis. Iedere soort heeft een specifieke biotoop of verblijfplaats. Sommige soorten komen juist in bebouwd gebied voor, andere meer in een bosachtige omgeving.

Dit laatste geldt ook voor nachtvlinders. De rupsen van veel soorten nachtvlinders leven slechts op één of enkele planten. Als die ergens niet voorkomen, kunnen bepaalde vlinders er dus ook niet leven. In tegenstelling tot de dagvlinders – waarvan er in Nederland zo’n 70 soorten leven – is de groep van de nachtvlinders veel soortenrijker. In totaal zijn er in Nederland meer dan 2.000 (!) nachtvlindersoorten gezien! Maar vele daarvan zijn klein of heel klein, soms slechts een halve centimeter. Maar andere zijn veel groter en zeker niet alleen maar bruin of grijs, zoals veel mensen denken. Nee, alle kleuren van de regenboog zijn terug te vinden in de rijke nachtvlinderfauna!

Tijdens het fesitval ‘Nacht aan het Wad’ gaan we naar nachtvlinders kijken! En nachtvlinders trekken vleermuizen aan, dus ook die hopen we te zien. De nachtvlinders worden gelokt met een felle lamp. Ze gaan op een wit laken zitten en zijn dan prachtig te bekijken. Door het felle licht kunnen soms ook vleermuizen waargenomen worden – met het oog! En anders met het oor. Dit doen we met behulp van een zogenaamde ‘batdetector’, die de hoog frequente geluiden van de vleermuizen omvormt tot geluiden die wij ook kunnen horen.

Bij geschikte weersomstandigheden zien we wellicht tientallen soorten nachtvlinders. U zult zien dat het inderdaad niet allemaal ‘saaie motten’ zijn!

 

Wilt u ook naar het festival 'Nacht aan het Wad', u kunt kaarten voor het festival kopen op www.nachtaanhetwad.frl.

Koploper Theo Mulder

Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een vooruitstrevende ondernemer uit de agrarische sector(m/v).

Theo Mulder“Ik realiseerde me dat de grond te vergelijken is met een koeienpens.”

Theo Mulder (58) drijft samen met zijn vrouw Hendrika en broer Hendrik, Mulder Agro in Kollumerzwaag. Het bedrijf handelt en adviseert in veevoeders, zaden,meststoffen en andere agrarische benodigdheden. Daarnaast verhuurt Mulder Agro landbouwvoertuigen en -machines. Het bedrijf heeft verbetering van het bodemleven als speciale missie. Aan het woord is Theo:

“Ontwikkeling gaat altijd met sprongen. Dat geldt ook voor mezelf. Toen ik als jongeling over de wereld zwierf, leerde ik veel. Maar toen ik in Nieuw Zeeland bij een boer terecht kwam, die geen kunstmest gebruikte, verklaarde ik hem eerst voor gek. Vijftien jaar later las ik het boek ‘De geheimen van een vruchtbare bodem” van Erhard Hennig. Toen viel het kwartje. Ik was veel bezig met veevoeding en bemesting en realiseerde me toen dat de grond te vergelijken is met een koeienpens.

Pens
In een pens leven allerlei bacteriën die cruciaal zijn voor de vertering van voedsel en dus voor de gezondheid en melkproductie van een koe. Het is daarom erg belangrijk wat je er in stopt. Mijn vrouw Hendrika is verpleegkundige geweest en zij verbaast zich er altijd over, dat de inname en emissie van koeien veel beter wordt gemonitord dan die van mensen. Je staat er niet bij stil, maar mensen dragen bijna 2 kg bacteriën mee in hun buik.

Met grond is het niet anders gesteld. Twee handenvol goede grond bevat meer micro-

biologie dan er mensen op aarde zijn.

Toch zorgen we niet goed voor onze bodem. Dat komt o.a. doordat boeren steeds meer moeten produceren voor minder geld. Een liter melk is vandaag de dag net zo duur als dertig jaar geleden. Om te overleven, zat er voor de gemiddelde agrariër maar één ding op: schaalvergroting en intensivering.

Tovermiddel
Kunstmest was daarbij het tovermiddel. De productie ging omhoog, maar de kwaliteit bleef achter. De uitvinder van de kunstmest, Justus von Liebig, zag dat zelf al aankomen. Hij zei: “...als de bodem gebrek heeft aan minerale bestanddelen, dan geven ammoniumzouten (kunstmest) hetzelfde effect als brandewijn op arme mensen om hun werkkracht te verhogen, in beide gevallen is uitputting het gevolg…”

We worden gemiddeld ouder, maar zijn minder lang gezond oud. Obesitas vormt wereldwijd een grotere bedreiging van de volksgezondheid dan ondervoeding. In Nederland besteden we jaarlijks 20 miljard aan medicijnen. 90% van wat daar aan verdiend wordt, verdwijnt in de beurzen van farmaceuten. Als je dan bedenkt dat we 30 miljard aan voedsel uitgeven en dat maar 10% van die opbrengst naar de boeren gaat, is er wel wat mis.

Wageningen
Een aantal jaren terug had ik eens een professor op visite. Volgens hem was er niets aan de hand met onze bodem. Hij had een mooi wit overhemd aan en ik stond met hem aan de rand van een akker over de zaak te praten. Toen hij vervolgens verder moest om een lezing te geven, raadde ik hem aan zich te verschonen: zijn overhemd was stoffig geworden. Dat kwam door de organische stof in de lucht. Die waaide weg door een tekort aan glomaline, een lijmstof in de humus. Deze houdt, in een gezonde situatie, de grond bij elkaar.

Ik ben sinds 1995 zestig keer in Wageningen geweest en ik kwam maar twee keer met energie terug. Die keren had ik met de ecologen van het NIOO gesproken. Zij kunnen de dingen wel breder zien. Gelukkig zit er verandering in de lucht. Natuurlijk is er weerstand tegen nieuwe inzichten, maar ik merk dat steeds meer mensen ons benaderen, in plaats van andersom. Dat stemt hoopvol.

Ons doel is bemesting levend te maken. Met levend, organisch materiaal wordt de bodem weer gezond en de producten die van die bodem komen ook. Daarnaast doe je zo aan CO2 binding, vergroot je biodiversiteit, kan de bodem meer water bergen, enzovoort.

Neus
De koe gebruikt haar neus als selectiemiddel voor wat ze eet, waarmee ze haar pens voedt. De boer zou zijn neus moeten gebruiken als hij zijn grond voedt. Drijfmest stinkt bijvoorbeeld zo, omdat het een mengsel van poep en urine is. Een koe poept en plast niet tegelijk, dus die twee substanties horen niet door elkaar. Als je ze toch mengt, zoals nu de praktijk is, krijg je rotting en dat ruik je. Het gras groeit er wel van, maar het maakt de bodem en de koeien niet gezonder.

Omdat alles bij een gezonde bodem begint, organiseren wij bodem cursussen, bodembeleefdagen, symposia en lezingen. Hier komen zowel biologische als gangbare boeren op af.

Er is een mentaliteitsverandering gaande, zeker bij jonge mensen. Daarbij is het vooral belangrijk dat we er mee ophouden bacteriën vooral als vijanden te zien. Zonder bacteriën gaat alles dood. Wij ook. Daarom zijn oplossingen niet zozeer in de technische hoek te vinden, maar vooral in de biologische. Wat trouwens niet inhoudt dat we terug naar vroeger moeten! We moeten vooruit, maar op een andere manier.”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Jaaroverzicht 2017 is uit

jaarverslag 2017 LandschapsbeheerfrieslandMet enthousiasme geven wij u een indruk van het werk dat wij uitgevoerd hebben. Met hulp van uw inzet als vrijwilliger, boer, particulier, ondernemer, bestuurder, ambtenaar of politicus is afgelopen jaar goed verlopen. Hartelijk dank hiervoor! 

Lees hier het jaaroverzicht en de jaarrekening 2017.

Koplopers Eddy en Agnieta Reuvekamp

Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

“Het steekt me dat de gemeente haar groen, zoals bermgras, door een commercieel bedrijf ergens ver weg, laat composteren.”

Koplopers Eddy en Agnieta ReuvekampEddy (50), Agnieta (50) Reuvekamp en hun drie kinderen wonen in een klassieke stolpboerderij nabij Sonnega. Een dorpje in het coulissenlandschap achter Wolvega. Ze hebben een gangbare melkveehouderij. Agnieta legt zich vooral toe op boerderij educatie, kinderfeestjes en workshops, terwijl Eddy de boer is van het stel. Ze melken 125 koeien op 68 hectare.

Agnieta: “We houden van nieuwe dingen. Toen ik geen werk meer had, zag ik kansen binnen de educatie. Ik nodig graag mensen uit om ons bedrijf te laten zien. Een paar keer per week komen hier bezoekers van o.a. kinderfeestjes en schoolklassen via Stichting De Boer op Noord.

‘Met hoofd, hart en handen!’ Dat is het motto van deze stichting, die kinderen wil laten kennismaken met een melkvee- of akkerbouwbedrijf in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe.

Een bezoek aan een boerderij is voor veel kinderen een onvergetelijke ervaring en ze steken er veel van op. Sommige weten bijvoorbeeld niet eens dat een koe eerst een kalfje moet krijgen voordat ze melk geeft.”

Positief
Eddy: “Het is hier netjes, maar als er bezoekers komen, doe je toch even wat extra: vers strooisel in de boxen van de koeien, vegen, controleren of alles kindveilig is.

Boeren zijn vaak negatief in het nieuws, daarom is het belangrijk dat er positief tegenwicht geboden wordt.”

Agnieta: “Ik organiseer ook kinderfeestjes en creatieve home-decoratie workshops. Die verbreding van de bedrijfsvoering brengt extra inkomsten met zich mee en we vinden het belangrijk om maatschappelijke redenen, maar rijk worden we er niet van. Het is financieel gezien veel aantrekkelijker een liter per koe meer te melken dan extra kinderfeestjes te geven.

We hebben ook wel eens aan een camping of een bed and breakfast gedacht, maar dan heb je altijd mensen op je erf. Nu kun je dat plannen.

Mogelijkheden
Eddy: “We onderzoeken de mogelijkheden. Wat je doet, moet bij je passen. En natuurlijk slaagt niet alles wat je aanpakt. Ik heb bijvoorbeeld vier jaar lang geprobeerd een composteringsproject van de grond te krijgen. Het steekt me dat de gemeente haar groen, zoals bermgras, door een commercieel bedrijf ergens ver weg, laat composteren. Dat zou hier ook kunnen, dacht ik. Lokale verwerking past bij de circulaire economie waar we allemaal zo graag naar toe willen. En er hoeven minder vrachtwagens rond te rijden. Daarnaast kunnen wij de organische stof in de compost gebruiken om onze bodem te verrijken. Maar helaas...

Het grootste struikelblok is de mestboekhouding. De stikstof en fosfaat die je op je bedrijf aanvoert, moet je ook weer afvoeren en dat gaat in dit geval dus niet. Iedereen vindt het een goed idee, maar de provincie vraagt een afvalverwerkings vergunning en de gemeente een milieuvergunning voor buiten het bouwblok. De tijd is blijkbaar nog niet rijp.

Windmolen
Een andere grote wens van ons is een windmolen. Niet zo’n kolos, maar een kleintje die net iets hoger is als ons dak. Zo’n molen levert veel meer energie dan de zonnepanelen, die we hebben. Ze draaien immers ‘s nachts ook. Als ik er achter de stal twee neerzet, heeft niemand er last van, maar toch mag het niet van de provincie.

Mestvergisters mogen wel, maar daar zie ik geen toekomst in: ze zetten organische stof om naar o.a. methaan. Terwijl juist die organische stof zo nuttig is. We moeten de kringlopen sluiten en geen roofbouw op de aarde plegen.”

Agnieta: “Verder laten we de koe kiezen. Die staat bij ons centraal. We hebben ons vee jarenlang op stal gehouden, met comfortabele boxen, lekker voer, schaduw als het warm is en warmte bij kou. Dat we niet aan weidegang deden, konden we gemakkelijk aan onze bezoekers uitleggen. We verwennen ze, omdat ze topsport bedrijven. Ze geven gemiddeld 30 liter melk per koe per dag.

Vanwege de weidepremie werd het echter interessant ze toch naar buiten te sturen, bovendien wil de maatschappij het. Het is natuurlijk ook een prachtig gezicht!

Discussie
Eddy: “Wat de discussie rondom natuurinclusieve landbouw betreft, vind ik dat de consument leidend is, maar dan moet die consument daar wel de prijs voor willen betalen. Er wordt teveel naar de boeren gewezen. Nu is de daling in het aantal insecten steeds in het nieuws. Dat komt echt niet alleen van de intensivering van de landbouw. De verstedelijking van Nederland is hier ook debet aan.

In ons weiland ligt 1 km houtwal. Dat is van landschappelijke waarde, maar het kost ons geld. Daarom krijgen wij een vergoeding en in ruil daarvoor passen wij goed op de houtwal. Zo hoort het.

Ik vind alles aan het boerenvak mooi om te doen, maar het meeste geniet ik toch van de cijfers: als die kloppen en we maken winst. Financiële duurzaamheid is cruciaal.”

Agnieta: “Natuurlijk! Maar ik vind het ook zo heerlijk om veel buiten te zijn. En de beesten te zien.”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Koploper Jasper Helmantel

Janna van der Meer interviewt iedere twee weken een koploper op het gebied van landbouw en duurzaamheid.

 

Jojanneke en Jasper kleinOns doel is de biodiversiteit te vergroten door de wereld in bloei te zetten!

Jasper Helmantel (39) en zijn vrouw Jojanneke Bijkerk (41) leiden samen zadenkwekerij Cruydt-Hoeck in Nijeberkoop. Het is nu 40 jaar geleden dat Cruydt-Hoeck begon met het verspreiden van wildeplantenzaden in Nederland en Vlaanderen. Jasper en Jojanneke namen het bedrijf in 2007 over en breidden het flink uit. Onder hun doortastende leiding telt Cruydt-Hoeck inmiddels 17 medewerkers en 10 extra krachten in de zomer.

Jasper: “We kweken zaad van wilde, inheemse planten en verkopen dat aan gemeenten, wegenbouw- en hoveniersbedrijven, scholen en particulieren. Deze gebruiken de mengsels voornamelijk om bermen in te zaaien en bloemenweides aan te leggen. Ons doel is de biodiversiteit te vergroten door de wereld in bloei te zetten!

We realiseren ons dat daar ook kennis voor nodig is. Als je bedenkt hoeveel zaad er door de jaren heen is verkocht, zou heel Nederland nu al vol met bloemen moeten staan. Dat is helaas niet zo, dus er gaat ergens iets mis. Adviseren en kennis vergaren, vinden wij daarom heel belangrijk.

Produceren
Wat zou het mooi zijn als biodiversiteit ook in de gangbare agrarische bedrijfsvoering geïntegreerd zou kunnen worden! Omdat de landbouw zoveel ruimte inneemt, is daar veel winst te behalen. Dit is de reden dat we meedoen aan het project ‘Stepping Stones’ van de agrarische natuurvereniging De Gagelvenne en Wildbeheereenheid Ooststellingwerf. Als je de kennis van de boeren omtrent het ecosysteem vergroot, krijgen ze de keuze om het eventueel anders te doen.

Ik vind dat we daar als samenleving aan mee moeten betalen. En dat hoeft helemaal niet een grote omschakeling te zijn. Nu vergoeden we agrariërs voor de productie van onze levensmiddelen. Als we met zijn allen besluiten dat biodiversiteit, net als eten, óók een behoefte is, dan kunnen we boeren best vragen biodiversiteit te produceren. En Nederlandse boeren zijn goed in productie.

Bestrijdingsmiddelen
Veel zaden voor de landbouw worden nog met neonicotinoïden behandeld. De Europese Unie is bezig deze gifstoffen te verbieden, maar de deur naar het gebruik van deze middelen blijft op een kier staan. Dat is erg schadelijk.

Behandeling met neonicotinoïde maakt de hele plant die uit zo’n zaadje groeit giftig, zodat hij niet door insecten gegeten zal worden. Als een bij er op gaat zitten, krijgt hij het middel binnen, raakt gedesoriënteerd en kan niet goed voor zijn nageslacht zorgen. Daarnaast krijgt de mens, aan het eind van de voedselketen, dit gif natuurlijk óók binnen. En ik kan me niet voorstellen dat dat gezond is.

Wij zijn geen biologisch gecertificeerd bedrijf, maar we werken zeker wel op biologische wijze. SKAL-certificering is administratief heel ingewikkeld voor een bijzonder bedrijf als Cruydt-Hoeck. Daarom zijn we er nog niet aan begonnen. Bovendien is het niet nodig. We lichten onze klanten uitgebreid over onze producten voor en kunnen ieder jaar op meer belangstelling rekenen.

Inheems
De reden dat we ons speciaal op inheemse bloemenzaden toeleggen, heeft te maken met de ecologie. Planten die van oorsprong in Nederland voorkomen, hebben een rol in ons ecosysteem. Neem bijvoorbeeld het oranjetipje, een vlinder die pinksterbloemen of look-zonder-look nodig heeft om te overleven. Dat is zijn zogenaamde waardplant. Zonder pinksterbloemen of look-zonder-look zijn er geen oranjetipjes. Heel veel insecten hebben zo’n waardplant.

Nog een voorbeeld: de Europese zomereik waar we nu onder zitten. Zo’n eik biedt een leefomgeving voor tenminste 250 verschillende organismen. Langs de weg staan Amerikaanse eiken. Daar leven veel minder organismen in. We zijn laatst in de VS geweest en het was heel bijzonder om te zien dat de situatie daar omgekeerd is.

In een goed functionerend ecosysteem heb je een balans tussen schadelijke en nuttige insecten. Daarnaast heb je vogels nodig om plagen te bestrijden. Vogels leven vaak van insecten en insecten van bloemen. Stel er zitten slakken in mijn planten. In de Europese eik waar ik het zonet over had, huist vast wel een vogel die daar lekker van gaat snacken. En daar profiteren wij weer van. Alles hangt met alles samen!

Zaad
De Cruydt-Hoeck verkoopt zo’n 500 soorten wilde planten.Sommige met tot de verbeelding sprekende namen als: bevertje, biggenkruid, heksenmelk, rode ogentroost, stinkende gouwe, smal fakkelgras, enz. Maar ook zaden van bekendere bloemen, als: de margriet, korenbloem en klaproos.

We gaan regelmatig op zoek naar nieuwe wilde soorten, maar er zijn nog maar weinig ‘rommelhoekjes’, stille plekjes waar wilde planten rustig hun gang kunnen gaan. Daarom zoeken we vaak op oude natuurplekken. Daar hebben we de meeste kans. Veel zaad is niet nodig: één theelepeltje is meestal genoeg. Dat zaaien we thuis uit en het zaad dat we van deze planten oogsten, zaaien we opnieuw. Pas als we voldoende planten hebben, kweken we zaad voor de verkoop.

Ik geniet iedere dag van mijn werk, omdat ik concreet kan bijdragen aan een mooiere wereld. Dat geeft een geweldig gevoel!”

De serie Koplopers wordt mogelijk gemaakt door: Boerengilde, Burgerinitiatief Kening fan ‘e Greide, BoerenNatuur, Friese Milieu Federatie, Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Landschapsbeheer Friesland, NoorderlandMelk en Natural Livestock Farming.

Landschapsbeheer Friesland

logo2Commissieweg 15
9244 GB Beetsterzwaag
Tel. (0512) 38 38 00

Volg ons

Provinciale organisaties LandschappenNL
Selecteer je provincie op de kaart.