Nieuws

Nieuws

Broedvogels op boerenerven in kleiweide geteld  

’s Ochtends rond vijf uur, dan moet je erbij zijn, weet vogelkenner Gerrit Tuinstra van Landschapsbeheer Friesland. Rond zonsopkomst zingen de vogels het meest en kan hij - vooral op gehoor - het beste inventariseren welke vogelsoorten er op een boerenerf voorkomen en om hoeveel vogels het gaat. Nog niet eerder werd de stand van broedvogels specifiek op boerenerven in Friesland geïnventariseerd. 

Kleiweide landschap versterken 

Samen met onderzoekers van Altenburg & Wymenga, waren Tuinstra en zijn collega’s dit voorjaar druk bezig met het monitoren van broedvogels op boerehiemen in de Friese kleiweidestreek. Nu de zomer aanbreekt en de jonge vogels zijn uitgevlogen, zit de veldinventarisatie erop. De komende periode worden alle gegevens geanalyseerd. De inventarisatie is onderdeel van het project 'Mei it ferline foarút op'e klaai'. Het doel van dit project is om het biodiverse cultuurlandschap van de kleiweide te versterken. Om daarvoor straks goede maatregelen te kunnen nemen, moest er eerst worden vastgesteld wat voor boerenerven in de kleiweidestreek nu eigenlijk in trek zijn bij broedvogels.  

boerderij stjelp sudwesthoeke gerritbult met kruiden bloemen sudwesthoeke kleiweide gerrit verrekijker

Gevarieerde erven

De afgelopen maanden werd er op maar liefst veertig erven inventarisatiewerk uitgevoerd. De erven variëren van met veel groen omzoomd tot relatief kaal en van in bedrijf zijnde boerderijen tot hobbyboeren, maar wel allemaal gelegen in het kleiweidegebied tussen pakweg Stiens in het noorden van Friesland tot aan Stavoren in het zuidwesten van de provincie. Op de beschuttere erven werden af en toe interessante soorten aangetroffen zoals de kneu en de spotvogel. Vooral deze laatste is een karakteristieke bewoner van het boerenerf in het open landschap. Meestal werden op de erven de reguliere boerderijvogels als spreeuw, boerenzwaluw, holenduif, witte kwikstaart en torenvalk gezien, al dan niet aangevuld met lijsters en diverse kleine zangers zoals zwartkop, winterkoning, vink, putter, tjiftjaf en grauwe vliegenvanger. Deze zangvogels en gangbare soorten als mussen en mezen waren niet op alle boerenerven te zien of te horen. Verontrustend vindt Tuinstra: ‘Ek rûn pleatsen is it hiem soms te netsjes en te keal, fûgels hâlde mear fan rûchte: se fine harren iten yn sie fan wylde gêrssoarten en brânnettels en sykje skûlplak yn tichte hagen’. 

Waardevolle informatie uit dit onderzoek  

Nu de vogels zijn geteld, gaat Landschapsbeheer Friesland in samenwerking met Altenburg & Wymenga aan de slag met het vastleggen van hoe de onderzochte erven erbij liggen, waarbij de diverse erfelementen in kaart zullen worden gebracht. Komend najaar worden de conclusies verwacht van hoe erfbeplanting en andere elementen op boerenerven zich verhouden tot het aantal broedvogels op een erf. Die combinatie maakt dat het onderzoek naar alle waarschijnlijkheid waardevolle informatie zal opleveren.